Recensie

Recensie over Zuivering van Tom Lanoye

11-01-2018
Header Zuivering 1

Gideon Rottier, het hoofdpersonage in Tom Lanoye’s nieuwe roman Zuivering is cultureel ontwikkeld en zeer welbespraakt, maar wat het meest opvalt is zijn werk: Gideon is schoonmaker bij Extreme Cleansing. Een bedrijf dat gespecialiseerd is in, juist, extreme schoonmaakklussen: Gideon en collega’s komen na een zelfdoding, brand of overstroming naar het huis en maken het schoon. En daarbij mag af en toe wel wat onbeschadigd huiswaar meegenomen worden, veel nut voor de eigenaar heeft het dan toch niet meer.

Vriendschap, trouw en verraad

Inmiddels gepensioneerd blikt Gideon terug op een belangrijke periode in de fictieve recente Belgische geschiedenis en op die periode in zijn eigen leven. Maar het is een fictie die niet ver af staat van onze realiteit: terrorisme en aanslagen. Maar de zelfmoordaanslagen op bijvoorbeeld 'onze spoorwegkathedraal' zijn niet meer dan een achterdoek bij het echte drama van vriendschap en verraad dat Lanoye wil vertellen. Want daar gaat Zuivering over. Na eerst werkpartner wordt Youssef een goede vriend en huisgenoot van Gideon – alhoewel de naam van Youssef niet Youssef blijkt; een advocatentruc, maar wel effectief. - In ieder geval, Youssef dus, een vluchteling, die Gideon eens het leven red, waarmee die voor eeuwig bij hem in het krijt staat.

Migratie en radicalisering 

Plots blijkt Youssef een familie te hebben die bij de twee mannen intrekt: moeder Karima, dochter en zoon Loubna en Rafiq, die natuurlijk niet Karima, Loubna en Rafiq heten, omdat Gideon ons genept heeft. De eerste in een rij terroristische aanslagen - voorzien van wrange humor - die op de spoorwegkathedraal, heeft net zo’n ontstellende werking op dit bijzondere gezin als de aanslagen in onze wereld. Een land staat op de kop, maar Lanoye houdt het klein: een vluchtelingengezin. Youssef slaat opnieuw op de vlucht en laat zijn gezin radicaliserend achter: hoofddoeken en verkeerde zwembroeken, de maatschappij en de machocultuur worden belachelijk gemaakt in Gideons eloquente bespiegelingen.

Lanoye en taal: het wervelt en het danst, het swingt en het groovet. En het is heerlijk.

Wie Lanoye’s recente koningsdrama’s van Shakespeare of Marlowe heeft gezien, weet dat Lanoye niet wars is van show en dramatiek. En Gideon in deze roman ook niet, hij breekt de vierde wand naar het publiek en praat direct tegen ons. Praat en liegt en kleurt de plaatjes bij, en geeft en passant, maar nadrukkelijk, commentaar op de maatschappij die hij om zich heen ziet. Gideons taal echter is welbespraakt en eloquent, maar net als Richard III – of Risjaard Modderfokker den Derde, zoals die bij Lanoye ging heten – uit Shakespeare’s gelijknamige drama is Gideon een misvorming en een uit het beeld getrapte, een – in zijn eigen woorden – spraakgedrocht met een verhaspelsmoel. Maar eentje die onwaarschijnlijk goed zijn way met woorden weet.