Header recensie de opgang
Header recensie de opgang
Recensie

De Opgang is een rondleiding door het zwarte verleden van een herenhuis. De gids? Meesterverteller en ex-bewoner Stefan Hertmans

15-12-2020

Het derde luik van Stefan Hertmans’ auto-docu-fictionele trilogie is De Opgang geworden. Net als in zijn twee voorafgaande romans vertrekt de auteur vanuit zijn eigen leven om het verleden uit te diepen. Ditmaal levert dat een gitzwarte historie uit de Tweede Wereldoorlog op. In een hedendaags Vlaanderen dat, net zoals heel Europa, een alarmerende toename kent van radicaal rechtse stemmen, komt deze waarschuwing vanuit het verleden er misschien maar net op tijd.

Kop van Jut is Willem Verhulst, een Vlaamse SS’er die vanuit zijn administratieve functie deportaties hielp organiseren. Hij blijkt de voormalige bewoner van Stefan Hertmans’ herenhuis in het Gentse Patershol te zijn. In een vergeefse poging probeert Stefan vanuit een psychologische ooghoek hem te begrijpen, dan botst de verteller op een onverwacht hoofdpersonage. De pacifistische en uiterst gelovige Mientje uit Nederland is de heldin van dit verhaal omdat ze ondanks haar onderdrukte rol de handelingen van haar echtgenoot blijft afkeuren en er zich zelfs in de mate van het mogelijke tegen verzet. Even interessant is de verhaallijn waarbij de aanwezige verteller Stefan Hertmans als jongeling een rondleiding krijgt door het huis waar hij op dat moment het verleden niet van kent. Later, wanneer hij er zelf al niet meer woont, rapporteert hij over zijn onderzoek naar de woelige geschiedenis van Willem en Mientje.

“Ik zal een gebed voor u schrijven, Almachtige, oneindige Genadige. Psalm zonder einde. Het is vroege ochtend, volgende week verhuizen we en ik wil het niet. Overal die brulpartijen en schichtig wegduikende burgers. Het tortelen van de duiven op het dak lijkt op een liefdeslied van valken. Of hebben valken dat dan niet.”

Gelaagdheid

Hertmans is in deze roman dus zowel de gids als de gegidste. Enerzijds neemt hij de lezers bij de hand doorheen een traumatische huwelijksgeschiedenis die politiek zwart getint is en anderzijds wordt hij door de notaris rondgeleid door het huis waarvan hij het bewogen verleden nog ontdekken moet. Die rondleiding is opmerkelijk genoeg een letterlijke opgang die beneden start en boven eindigt, waarbij de notaris Hertmans niet vergezelt naar de bovenste verdieping. Het zijn verwijzingen naar Dante Alighieris Goddelijke Komedie, waar de auteur zich net als in De opgang laat rondleiden door twee ‘verdiepingen’, namelijk de hel en het vagevuur, om tenslotte zijn gids achter te laten aan de derde verdieping, het paradijs. Het lijkt dan ook niet toevallig dat de auteur net zoals Dante voor een compositie in drie delen kiest. Dat geeft hij trouwens zelf subtiel aan door het motto van het eerste deel aan de Florentijnse dichter te wijden. Met dit soort intertekstuele verwijzingen creëert Hertmans een betekenisvolle gelaagdheid die ervoor zorgt dat je de roman op verschillende niveaus kan lezen, wat de lectuur natuurlijk des te interessant maakt.

Een diepe buiging

We moeten er niet flauw over doen dat Stefan Hertmans intussen tot de meest gerenommeerde schrijver van Vlaanderen uitgegroeid is. Het internationale succes van Oorlog en terpentijn, de waardige opvolger die De bekeerlinge was en de uiterst intrigerende voltooiing van de trilogie met De Opgang, maken hem de belangrijkste stem in het zuidelijk taalgebied. Nu het drieluik is afgerond zijn we uiterst benieuwd naar wat volgen zal, maar eerst nog lekker lang nagenieten van De opgang: de tour de force die je moet hebben gelezen.