Hetinstituut

Stephen King met de bloedstollende thriller ‘Het Instituut’

10-9-2019

De twaalfjarige Luke Ellis is hoogbegaafd – hij schreef zich al in op twee prestigieuze universiteiten – maar op plotse momenten kan hij een lege pizzadoos laten bewegen of deuren dichtgooien. Hij is een beetje tk zoals ze dat in Het Instituut zullen noemen. Op een nacht worden Luke’s ouders vermoord en hijzelf naar Het Instituut gebracht. Hij wordt wakker in zijn eigen slaapkamer – zo lijkt het – maar dan zonder raam. Bij Stephen King weet je dan: de narigheid gaat beginnen.

Luke – wakker geworden uit de nachtmerrie – zit opgesloten in Het Instituut. Samen met nog wat kinderen zit hij in wat de Voorkant genoemd wordt, en wordt hij onderworpen aan tests en martelingen. Allemaal hebben ze een gave, ze zijn tk of tp: een beetje telekinetisch of een beetje telepathisch. Deze gaven of krachten worden tot het uiterste getest en versterkt in Het Instituut, waarna de een na de ander verdwijnt naar wat de kinderen de Achterkant noemen om ‘van nut te zijn’. Hun krachten worden opgebruikt tot ze op zijn, tot ze zombies geworden zijn – lichamen als lege hulzen – en in de achterkant van de Achterkant belanden. Luke ziet dat hij alles op alles moet zetten om uit Het Instituut te ontsnappen – voordat ook hij naar de Achterkant verplaatst wordt –, en dat hij alle hulp die hij kan vinden kan gebruiken. Verzwakt en zwak als ze zijn, tonen Luke, Kalisha, Nick, George, Iris, en Avery samen de kracht van de zwakken, van de underdogs. En: geen kwaad is zo sterk dat alle hoop verloren is, al moeten ze vreemde allianties sluiten om zichzelf te redden.

Vernieuwend

Het is verbazingwekkend hoe Stephen King – die nochtans al een enorm oeuvre bijeen schreef – met Het Instituut toch weer weet te vernieuwen en te verrassen. Deze keer is het kwaad geen harig monster, geen vreemde kracht, of een clown, maar is het kwaad eenvoudigweg: de mensen. De volwassenen van Het Instituut onderwerpen de kinderen aan tests en martelingen voordat ze in de Achterkant letterlijk opgebruikt worden.

''King weet met zijn jarenlange ervaring de spanning vakkundig op te bouwen, onvergetelijke personages te introduceren, en de lezer vast te grijpen''

Kritische lijnen

Er zitten meerdere kritische lijnen in deze thriller, Stephen King neemt stelling tegen het kwaad. Het verhaal toont zeker ook parallellen naar de Nazi-arts Josef Mengele in Auschwitz die tests op de kinderen in het concentratiekamp uitvoerde. Wat Het Instituut doet is enigszins vergelijkbaar: experimenteren op kinderen en ze gebruiken for the greater good. Werkelijke horror. Maar misschien dacht King tijdens het schrijven ook stiekem aan de immigrantenkinderen die door de Amerikaanse regering opgesloten worden. Het zou namelijk niet verbazen, want King toont zich in deze thriller – maar ook in zijn voorgaande: De buitenstaander – een chroniqueur van deze tijd. Hij weet de troosteloze staat van de Verenigde Staten te schetsen, in al haar vergane glorie: nu in DuPray, South Carolina – maar ook Het Instituut in Minneapolis heeft zijn glorietijd lang geleden gehad – en in de vorige De buitenstaander de troosteloze staat van Flint City.

Tot slot wat bij het eerdergenoemde De buitenstaander en deze Het Instituut opvalt is dat Stephen King een lange aanloop neemt. Hij introduceert de voormalig politieagent Tim Jamieson en zijn toevallige reis naar DuPray, om pas later weer bij hem terug te komen. Maar King werpt al een schaduw naar voren: “Hij dacht na [over die baan]. En dat deed hij nog steeds toen later die zomer op een snikhete nacht de hel losbrak” – voordat hij Luke Ellis introduceert, maar dan zijn we al zo’n vijftig bladzijden verder. En dat Het Instituut dan nog later pas in beeld komt, is niet zo erg, want King weet met zijn jarenlange ervaring de spanning vakkundig op te bouwen, onvergetelijke personages te introduceren, en de lezer vast te grijpen.