Header Jill Mansell
Header Jill Mansell

Jill Mansell over haar nieuwste boek Ik wil met je mee: “mijn boeken voelen als vrienden”

18-07-2019

Als je chicklit zegt, zeg je ook Jill Mansell. Al jaren staat ze aan de top in dit genre en heeft ze een vaste schare fans. Inmiddels is in Nederland haar 29ste boek uitgekomen Ik wil met je mee. Het heeft alle vaste ingrediënten die ervoor zorgen dat het boek weer een succes is. Een hartverwarmende feelgood roman. Wij spraken met Jill over dit boek, hoe ze aan inspiratie komt en over de veranderingen in de afgelopen jaren.

Ik wil met je mee is inmiddels al weer het 29ste boek, is het anders dan de allereerste keer?
“Ik ben er nu meer aan gewend, denk ik. Maar het is nog steeds super leuk en best spannend. Het eerste boek was vooral spannend, omdat ik ook nooit verwacht had dat het ging gebeuren. De spanning en dan je boek in de winkels zien. Ik kan je bijna niet vertellen hoe het voelt. Zo gaaf. Maar nu weet ik dat mensen wachten op het boek om het te lezen. Nu is het juist spannend vanwege de reviews.”

Je hebt een grote fanbase. Lezers wachten op jouw boek, hoe kan het dan dat je het nu spannend vindt vanwege reviews?
“Omdat ik bang ben dat mensen zeggen: ‘oh deze vind ik niet leuk. Ze kan het niet meer.’ En soms zeggen mensen wel verschrikkelijke dingen.”

Lees je dan nog steeds alle reviews?
“Eigenlijk wel. Ik vind het niet erg als het opbouwende kritiek is. Zoals een paar boeken geleden had ik een mannelijk personage. Lezers konden niet connnecten met hem. Ik had hem niet goed uitgewerkt, niet genoeg vanuit zijn point of view gekeken. Dus ik heb dat meegenomen, omdat ik doorhad dat ze meer van hem wilde weten. In de boeken daarop volgend heb ik ook veel meer moeite gestoken in de mannelijke personages. Ik vind kritiek krijgen fijn, zolang het maar opbouwend is.”

Welke ontwikkeling zie je in jezelf als schrijver van je eerste tot je laatste boek?
“Ik was 27 toen mijn eerste boek uitkwam en nu ben ik 62. Ik ben anders nu ik ouder ben. Dus dat is het grootste verschil. In mijn eerste boek had ik geen kinderen, nu heb ik die wel en die zijn al volwassen. En ik was heel verlegen en dat ben ik ergens nog steeds wel, maar ik ben nu gewend om de schrijver te zijn.”

Die 35 jaar verschil in leeftijd en in levenservaring: hoe kunnen we dat zien in de boeken?
“Weet ik niet. Want als ik over een 27-jarige schrijf, dan voel ik mezelf ook 27 jaar. Daarnaast gebruik ik onder andere mijn kinderen als inspiratie. Kijk naar Cora in dit boek, zij lijkt op mijn eigen dochter. In een van de reviews op Amazon zei iemand: ‘nee, zo praat zo’n meisje van die leeftijd niet.’ Maar toen dacht ik: ‘dat is mijn dochter. Zo sprak mijn dochter op die leeftijd!’”

Na dit boek komt dus je 30ste boek uit. Gaat dat een jubileum worden?
“Ik ben er net klaar met het nieuwste boek, maar het is niet een speciaal boek. In Engeland is het namelijk boek nummer 31. Mijn eerste boek Fast Friends is nooit uitgekomen in Nederland. Ik weet niet waarom. Hij komt nu net uit in Amerika, maar hij is echt heel oud. Het is geschreven in 1990, dus voelt net een historisch roman.”

Ik las inderdaad een interview waarin je zei dat in de eerste boeken ook geen telefoons waren en geen Facebook. En daarmee dat de verhalen heel anders zijn dan tegenwoordig.
“Ja, dus in die boeken waarin de hoofdpersonages nu denken: ‘de jongen met wie ik een zomerliefde had of de vader van mijn kind, ik kan hem niet meer vinden.’ Dat is geen plot meer, want we hebben Facebook, dus je kan iemand heel gemakkelijk vinden. De Amerikaanse uitgeverij wilde het boek Fast Friends updaten, maar dat kan niet. Het hele verhaal wordt gewoon anders met een computer in het verhaal. Het plot werkt niet meer.”

Je bent een van de leadings lady in chicklit, samen met Sophie Kinsella (Madeleine Wickham). Is het een strijd?
“We kennen elkaar en het is leuk om elkaar te zien. We komen op dezelfde feestjes. Toen er advertenties van mijn boek op treinstations hingen, sprong zij uit de trein om daar een foto van te maken, omdat ik ze nog niet had gezien. Maar chicklits is een genre, mensen lezen niet een boek van maar een auteur. Als ze een van onze leuk vinden, vinden ze ook de boeken van de ander leuk. Dus het is fijn dat we beiden succesvol zijn en mensen ons allebei lezen.”

In al je boeken zijn sterke vrouwen de hoofdpersonen, doe je dat expres?
“Ik denk dat ze altijd wel een beetje op me lijken. Je wilt niet dat ze tutjes zij. Tenzij ze in het begin over zich heen laat lopen en dan op het einde sterk zijn. Ik schrijf veel over vrouwen die lijken op de mensen die ik ken, dat plan ik niet zo.”

De hoofdpersonages lijken dus op jou, zeg je. Hoe lijkt Mimi op jou?
“Als Mimi tegen CJ praat en ze hem duidelijk maakt dat hij normaal en niet zo gemeen moet doen. Dat is hoe ik iemand zou behandelen, beetje badass. Ik schrijf mijn boeken met pen en papier en mijn dochter typt ze dan over. Zij zegt ook altijd: ‘Ze klinken allemaal zoals jij. Wat ze zeggen en de dingen die ze doen, maar dan jonger.’”

Na zoveel boeken geschreven te hebben, waar haal jij nog de inspiratie vandaan?
“Ik heb een boek geschreven over iemand die een chauffeur was. Dat kwam toen ik in Londen in een taxi zat. Op een gegeven moment waren we zo aan het kletsen dat ik alles wist over zijn werk en de grappige dingen die er gebeurden. Toen dacht ik: ‘dit is briljant, ik ga dit gebruiken.’ Ik haal mijn inspiratie uit praten met vreemde mensen en door hen te leren kennen. Laatst deed ik een event en zat ik een oud hotel van meer dan duizend jaar oud. Dat was de meest geweldige plek; ik denk dat ik mijn nieuwe boek daar laat afspelen.”

Bij het schrijven van een nieuw boek, heb je dan al het hele verhaal in je hoofd of start je gewoon met typen vanaf de eerste tot de laatste pagina.
“Op a4’tjes plak ik met post-its de gebeurtenissen en personages. Die bouw ik uit en zo zorg ik er ook voor dat vragen in het begin op het einde een antwoord hebben. Ik start met mijn personages. Wie ze zijn en waar ze wonen. Vanuit daar bouw ik verder tot het einde. Maar de inspiratie voor gebeurtenissen haal ik uit het echte leven. Zo zag ik een foto op Twitter met een schaap die ondersteboven ligt. Dat was de inspiratie voor dit boek en ook het begin. Ik had al wel in mijn hoofd dat er een groot ongeluk in het dorp zou gebeuren. Eentje die het hele dorp zou raken, maar dit met het schaap was het begin.”

De hoofdpersonen zijn nooit gemeen, ze hebben altijd een goed karakter. Is dat een bewuste keuze?
“Mensen willen zich identificeren de hoofdpersoon en dat werkt niet als een gemeen iemand het middelpunt pakt. Ik heb een keer gehad dat een karakter, niet de hoofdpersoon maar wel iemand met veel ruimte in het boek, zij was geen aardig persoon. Toen kreeg ik ook terug dat mensen niet over haar wilden lezen, omdat ze zo stom was. Met CJ in Ik wil met je mee is het anders. Hij is wel gemeen, maar op een grappige manier. Ik schrijf feelgood fictie. Dat is comfortabel en fijn. De hoofdpersoon moet dan een vriend kunnen zijn. Je mag daar tegenover wel een minder charmant persoon zetten, maar die mogen niet het podium pakken.”

Is er nog iets dat je graag zou willen bereiken met je boeken?
“Het lijkt me leuk als een boek verfilmd wordt. Ik denk dat Ik wil met je mee een goede film zou zijn. Jennifer Lawrence zou dan Mimi kunnen spelen. Ze heeft veel humor en dat past er goed bij. Hoewel ik niet zeker weet of mijn boeken lenen voor een film; ik heb er veel te veel personages in. Maar ik zou echt niet minder willen!”

Feelgood romans worden vaak benoemd als guilty pleasures. Eigenlijk mag je het niet goed of leuk vinden. Hoe sta jij daar tegenover?
“Ja, ik weet het. Maar dat maakt mij niet uit. Je wil soms gewoon een wat luchtiger boek lezen. Net als dat je af en toe een romantische comedy wil kijken. Je kan niet altijd al die zware kost aan. Mijn boeken voelen als vrienden aan voor de lezers, dus dat blijft lang hangen. En zolang de lezers blij zijn, ben ik dat ook.”