Lisette Jonkman 1
Interview

Lisette Jonkman praat over Verknocht: “Eigenlijk ben ik een soort kleuter”

4-7-2019

Lisette Jonkman komt na vijf jaar met haar derde en laatste roman over Lucy. Verknocht is weer een geweldig boek dat je hardop laat lachen. Een van de kwaliteiten van Lisette. Honderduit praat ze met me over van alles, en dat terwijl ze midden in een verbouwing zit en haar bruiloft over drie weken is. In haar eigen tuin, die nu nog vol ligt met puin. “Als de verbouwing niet op tijd klaar is, dan maar niet!”

Verknocht, je derde en laatste boek over Lucy. Had je van te voren gedacht, bij het starten van Verkikkerd, dat het een trilogie ging worden? Of komen er zelfs nog meer?
“Nee. Dit boek was ook wel een bevalling. Het is vijf keer uitgesteld. In 2015 schreef ik het eerste stukje van Verknocht, en in 2017 ben ik serieus meters gaan maken. We dachten dat het dan eind 2018 op de markt zou komen. Mijn uitgeverij zei dat het leuk zou zijn als ik ter promotie een kort verhaal zou schrijven over twee personages uit het boek. Superleuk idee! Dat ging ik dus doen over Ferdi en Abby, maar dat was zo leuk dat het meteen weer een volledige trilogie werd. Uiteindelijk is dat de Onbreekbaar-serie op Kobo Plus geworden. 2018 was dus een druk jaar, en dan begint in november ook nog altijd de sinterklaaswebsite te lopen die ik run samen met Martin Gijzemijter. En zo werd de verschijningsdatum het eind januari, toen april en nu is hij er eindelijk! Ik vind onder druk werken een last. Ik vertoon daardoor juist ontwijkend gedrag. Terwijl schrijven mijn hobby is; ik stop er met liefde veel tijd in. Maar zodra er een contract is getekend en er een deadline is, wordt het werk. Eigenlijk ben ik dan een soort kleuter, want zodra ik getekend heb voor het ene boek, start ik met een nieuw boek om mezelf af te leiden. Dat noem ik dan mijn kleuterproject.”

Ben je nu klaar met Lucy, of zit er stiekem nog een boek over haar in de pijplijn?
“Ik denk niet volgend jaar, maar misschien over een jaar of twee, drie begint het weer te kriebelen. Dan schrijf ik erover voor de ontspanning – als kleuterproject, inderdaad. Verknocht heb ik wel expres een soort einde gegeven waarmee er altijd nog de mogelijkheid is om het een vervolg te geven. Ik vind de sfeer en alle personages zo leuk. Het draait vooral om vriendschappen en dat is heerlijk om over te schrijven. Zet een paar van de personages in een kamer en er gebeurt altijd wel iets grappigs.”

Je hebt eens gezegd: “Mijn leven is sinds de puberteit een aaneenschakeling van dromen, liefde en blunders, dus ik lees, schrijf en adem chicklit. Het was mijn droom om schrijfster te worden en daar ben ik nu hard mee bezig!” In hoeverre zien we jou terug in Lucy?
“In alle personages zit wel klein stukje van mijzelf. Wat ik wel of niet leuk vind aan mijzelf, of iets wat ik graag zou willen hebben of wil zijn. In Verknocht gaat Hermelien bijvoorbeeld trouwen met Paladin. Lucy heeft het er helemaal druk mee als ceremoniemeester, maar Hermelien en Paladin staan er een stuk chiller in. Ik ga binnenkort ook trouwen en volgens mij heeft mijn ceremoniemeester er veel meer stress van dan wij, haha.”

Verkikkerd kwam uit in 2014 en vijf jaar later Verknocht. Wat zijn de ontwikkelingen die jij hebt door gemaakt als schrijver en hoe kunnen we dat in deze serie zien?
“Ik was in het begin bang dat de schrijfstijl van Verknocht niet zou lijken op Verkikkerd. Gelukkig zeiden de proeflezers: “Geen zorgen. Dit is en blijft jouw stijl! Misschien meer gepolijst, maar je herkent het wel.” Ik heb nu meer ervaring met een verhaal opbouwen en verhaallijnen naar elkaar toe breien dan vijf jaar geleden. Niet meer te veel randzaken erbij trekken. En ik heb inmiddels vaker een boek geschreven – dit was nummer 9 - dus ik weet ook beter wat ik kan verwachten. Maar Glazuur durf ik echt niet meer op te pakken! Daarin lees ik alleen maar mijn eigen onervarenheid en alle beginnersfouten die ik maakte. Ik ging alle kanten op. Alles was nieuw en ik wilde alles verkennen in het verhaal. Ik denk niet dat Glazuur het beste boek is dat ik heb geschreven, maar ach, het is wel mijn eerste en daarom ook speciaal. Ik denk dat Verknocht minder ‘druk’ aanvoelt dan Verkikkerd. Er is meer focus. Ik heb er zelfs een verhaallijntje uitgehaald, zodat het verhaal wat meer focus zou hebben.”

De boeken over Lucy zijn een trilogie, je schreef voor Kobo Plus Onbreekbaar, ook een trilogie. Komt al het goeds bij jou in drie of is dit toeval?
“Op dit moment ben ik met een nieuw boek bezig en mogelijk worden dat ook weer meerdere delen. Dus ja, misschien wel!”

Mag je ons iets meer vertellen over dit boek?
“Jazeker! Er is nog niets over getekend, dus het is nog ‘van mij’. De werktitel is Roest. Het gaat over Jip en Floris, twee huisgenoten en beste vrienden. Vroeger was Jip verliefd op Floris, maar dat is al héél lang voorbij, gelukkig. Jip heeft het idee dat ze nooit echt volwassen is geworden, terwijl Floris precies het tegenovergestelde is. Hij is arts in opleiding om chirurg te worden. Hij is work hard en play hard, terwijl Jip maar wat in de marge rommelt. Dan komt Floris erachter dat Jip al drie jaar geen seks heeft gehad en maken ze samen een datingprofiel voor haar. Maar ja, je weet wat ze zeggen over oude liefde, hè?”

Hoe gaat jouw schrijfproces in zijn werk?
“Eigenlijk starten al mijn boeken als ontwijkproject van de kleuter in mijn hoofd. Als ik bezig ben met een verhaal waarvoor ik al een contract heb getekend, verzin ik altijd een nieuw verhaal en daar ontsnap ik in. ‘Oh, kijk hoe leuk deze mensen zijn. Oh ja, ik moet nog vier boeken afschrijven,’ haha, zo gaat het. Zo kwamen ook de Onbreekbaar-serie, en nu ook Roest om het hoekje kijken. Voor de rest heb ik niet echt een vast proces. Toen Roest begon te borrelen, was mijn auto stuk, dus ik zat vaak op de fiets naar Groningen. Elke week zat ik tijdens dat uurtje aan Roest te denken. Ik had al zoveel nagedacht over de personages, wat het probleem is en omslagpunt. Elke keer als ik er aan dacht, ontdekte ik meer. Dit voelt nu wel een beetje als valsspelen. Alsof ik een voorsprong heb op mijn lezers. Normaal leer ik de personages ook pas tijdens het schrijven écht kennen, zoals mijn lezers tijdens het lezen. Vaak begin ik gewoon met schrijven en dan zie ik wel waar het schip strandt. Dat maakt het wel lastiger om een verhaal af te ronden. Tijdens Onbreekbaar ging het weer anders, omdat ik toen keiharde deadlines had. Toen heb ik echt duidelijk op papier gezet: dit gebeurt in dit hoofdstuk, hier gebeurt dat en het eindigt zo. Ik ben heel slecht in structureren, een combinatie werkt voor mij dan ook het beste. Beetje de outline opschrijven en verder gewoon lekker los gaan.”

Je boeken doen het goed, ze verkopen altijd. Je hebt zelfs je eigen kobo originals. Had je dit succes ooit kunnen vermoeden?
“Nee, echt niet. Ik deed in 2011 natuurlijk mee met de Chicklitschrijfwedstrijd in de hoop dat dat wél zou gebeuren, maar ik had er eigenlijk geen verwachtingen van. Ik was een blutte student en de beste vijf kregen een boekenpakket, dus de eerlijkheid gebiedt mij te zeggen dat ik vooral meedeed voor de gratis boeken, haha. En toen won ik opeens. Ik wilde altijd al schrijfster worden. Dus toen Glazuur werd uitgegeven dacht ik: ‘Check, deze kan van de bucketlist af’. En toen kwam mijn uitgever met de vraag of ik nog een tweede boek had! Ja, natuurlijk had ik dat. Ik had wel duizend boeken in mijn hoofd. En zo gebeurde het allemaal een beetje. Ik vind het vooral gek als mensen mij als referentie gebruiken. Als ik in een recensie lees: ‘lijkt op de schrijfstijl van Lisette Jonkman’ of zoiets. Als dit me niet was overkomen, weet ik trouwens niet of ik ooit een boek had afgerond. Ik heb wel een stok achter de deur nodig.”

In 2016 schreef je een horrorverhaal en won je de Harland Awards verhalenwdstrijd. Horror is een heel ander genre dan feelgoodromans. Is dit een genre dat je vaker wil aanboren of blijf je bij de feelgood?
“Ik begon met verhalen schrijven in groep 7 en dat waren vooral griezelverhalen.. Ik was natuurlijk fan van Paul van Loon, dus dacht ik altijd dat ik kindergriezelboeken zou gaan schrijven. Later ontdekte ik Bridget Jones en Sophie Kinsella en liet ik de horror wat meer links liggen. In 2013 zat ik in de jury van de Harland Awards verhalenwedstrijd. Daar las ik zoveel toffe verhalen dat het weer begon te kriebelen. Ik vond het zo knap dat ze met 10.000 woorden een beeld en boodschap konden neerzetten. In 2015 besloot ik ook een poging te wagen. In die tijd had ik veel nachtmerries. Soms schreef ik ze op, met de vage achtergrondgedachte dat ik er vast ooit iets mee kon. Mijn verhaal, De vier stadia van verval, gaat over een oude verlaten boerderij waar iets aan de hand is. Maar is het echt of iets psychologisch? Beetje haunted house, haunted head. Ik had niet verwacht de beste te worden, het was meer een oefening voor mij. Ooit wil ik een echte horrorroman schrijven, maar dan denk ik wel onder een pseudoniem. Anders slaan mensen straks dat boek open in de verwachting een romantisch en grappig verhaal te lezen, haha.”

Na het schrijven van feelgoods, een horrorverhaal, ebooks en een schrijfzelfhulp boek, wat heb je nog op het lijstje staan dat je graag wil afvinken?
Ik heb niet per se andere genres waarin ik een boek wil schrijven. Het zou natuurlijk wel tof zijn als er een verfilming of vertaling van een boek kwam. Verkikkerd zou dan geschikt zijn, omdat die serie ook een heel actieve fanbase heeft. Maar Helemaal het einde zou qua verhaal wel echt mooi zijn. Het was mijn eerste boek dat sommige lezers niet zo feelgood vonden. Klopt ook, het is wat zwaarder. Ik schreef een eerste versie en toen overleed ongeveer mijn halve familie. Toen ik het herlas, vond ik het te lichtvoetig. De hoofdpersoon heeft een drugsverslaving en kampt met gewetenswroeging door een geheim uit haar verleden. Zoals ze zich in de eerste versie gedroeg klopte niet; dat was niet hoe het met je gaat als je een junk bent. Dan ben je egoïstisch en niet altijd in staat empathische keuzes te maken. Ik heb het herschreven en het is wat donkerder geworden. Het is mijn therapieboek en een groot stuk van mij en mijn rouw. Dus heel dierbaar.”

Jouw favoriete schrijvers zijn onder andere Jill Mansell & Sophie Kinsella, twee grote feelgoodromans-auteurs. In welk opzicht inspireren zij jou?
Als ik een boek van hen lees, ben ik in gelijke delen vermaakt en jaloers. Bij Jill lijkt het ook zo gemakkelijk te gaan. Ze is zo netjes en altijd op tijd. Leer mij dat! Ik heb haar drie keer ontmoet en we zijn qua persoonlijkheid ook erg verschillend. Ze is heel rustig, lief en georganiseerd. Ze schrijft nog het grootste gedeelte op papier. Dan moet je dus nadenken voor dat je iets schrijft, bij gebrek aan een backspacetoets. Daar ben ik echt te fladderig voor. Mijn inspiratie komt meestal voort uit een vlaag van verstandsverbijstering.”