Interview

Sebastien de Castell: “Ik wilde schrijven over wat er gebeurt als je erachter komt dat je niet speciaal bent.”

Door: Iris
28-3-2018
Header Interview Sebastien De Castell

Sinds 20 maart ligt het boek in de winkel, Schaduwzwart, het vervolg op Vogelvrij. In de wereld van de Spellslingerserie staat magie centraal. Magie in de vorm van somatische gaves. Kellen heeft de pech dat hij maar een somatische gave bezit, terwijl iedereen om hem heen sterker of slimmer is. Sebastien de Castell kwam speciaal vanuit Canada naar Nederland om aanwezig te zijn bij de presentatie van zijn eigen boek. Iris Rouwhorst mocht hem voor het Lees Magazine spreken over zijn twee uitgebrachte boeken, zijn kijk op de wereld en zijn jeugd.

Hoe heb je deze wereld bedacht?
De basis voor de wereld is de hoofdpersoon. Ik beeld me in dat deze zich in een donkere grot bevindt met alleen een zaklamp, en het enige waar ik over schrijf is datgene wat in het licht van de zaklamp komt. Voor mij als schrijver heeft de wereld voornamelijk de bestaansreden om het conflict en drama te creëren voor de hoofdpersoon. Dus ik start met de hoofdpersoon en maak de meest verschrikkelijke wereld die ik kan bedenken voor hem.

Met de Spellslingerserie wilde ik schrijven over iemand die het tegenovergestelde is van de uitverkorene. Ik houd van Harry Potter, maar ik wilde juist het tegenovergestelde van dat. Hoe is het om je hele leven te denken dat je een grote magiër wordt, om er dan achter te komen dat dat nooit zal gebeuren. Wat doe je dan? Hierop baseerde ik de wereld. Alles wat Kellen ziet en mee maakt, kan hij niet hebben. Daardoor voelt hij zich slechter, en daar schrijf ik over. Ik maak een wereld die als een constante reflectie dient van alles wat Kellen niet kan hebben.

Hoe bedenk je de namen in deze wereld?
Ik neem een systeem, van bijvoorbeeld twee of drie talen en dit benoem ik tot de basis. Dan maak ik verschillende vertalingen van woorden en ik pas ze aan tot ze de juiste klank hebben. De klank van het woord is heel erg belangrijk. Je hebt woorden die heel goed lijken op papier, maar verschrikkelijk klinken, en je hebt woorden die perfect in het gehoor liggen, maar vreselijk staan op papier. Dus ik pas het woord net zo lang aan tot het past in de wereld.

Hebben de namen van de personages een betekenis?
Alle culturen in deze wereld hebben hun eigen naamsysteem. Kellen is een naam voor een kind. En wanneer hij magiër zou worden, zou hij de naam van zijn huis krijgen. Zoals Ke’Heops, zijn vader.

Toen ik voor het eerst over Ferius schreef, was ze een man. Ze zou een man moeten zijn, maar het voelde niet goed. Niet interessant genoeg. Het was te gewoontjes. En toen moest ik denken aan mensen die belangrijk voor me waren in mijn jeugd: de partner van mijn zus toen ik vijftien was. Dus sommige delen van Ferius Parfax zijn gebaseerd op haar. In het boek denken veel mensen dat Ferius een Daroman is, een andere cultuur dan de Jan’Tep. Dus heb ik haar naam gebaseerd op de Daroman en daarom is haar naam zo anders dan Kellen of Ke’Heops.

"Ik vind het leuk om te schrijven vanuit mijn eigen ervaringen en die mee te geven aan de personages."

Voel je je verwant met een van de personages?
Sommige schrijvers zeggen dat ieder personage een deel van je is, maar zo zie ik het niet. Ik vind het leuk om te schrijven vanuit mijn eigen ervaringen en die mee te geven aan de personages. Dus ik lijk niet op Kellen maar sommige ervaringen die hij mee maakt, zijn gebaseerd op mijn eigen ervaringen. Bijvoorbeeld dat hij erachter komt dat zijn ouders niet precies zijn wie hij dacht dat ze waren. Of dat zijn cultuur niet zo geweldig is als hij dacht. Het zijn al die ontdekkingsmomenten. Dus ik identificeer me niet met de personages maar zij maken wel dingen mee die ik ook heb meegemaakt.

Als je een somatische gave kon hebben, welke zou je dan kiezen?
Er zijn zes (eigenlijk zeven, maar niemand wil schaduw) somatische gaven. IJzer en sintel, zand en zijde, bloed en adem. Zelf zou ik kiezen voor adem. Ik heb Kellen ademmagie gegeven omdat dit het minst ingrijpend is. Het is het minst gewelddadig. Want sintelmagie, met vuur en bliksem en energie, wordt gebruikt om mensen pijn te doen, hetzelfde geldt voor ijzer. Zijde speelt met de hoofden van anderen en zo is elke gave pijnlijk. Daarom voelde ademmagie juist, als het minst kwetsend en gevaarlijk.

Wordt ademmagie krachtiger in de komende delen?
Nee. Kellen reist in ieder boek naar een ander land en een andere cultuur. Daar leert hij nieuwe trucjes en doet hij nieuwe kennis op. Denk bijvoorbeeld aan Reichis’ moeder in Vogelvrij. Die trucjes en kennis combineert hij met alles wat hij al weet en daardoor wordt hij steeds sterker en kan hij overleven.

In Vogelvrij laten Mer’esan en Ferius Parfax Kellen goed nadenken over de moeilijke vragen die ze stellen, zodat hij zelf op het antwoord komt. Vind je het leuk om in die vraagvorm te schrijven?
Dat vind ik zeker leuk en dat is denk ik omdat het moeilijke aan het tiener-zijn is dat je moet leren begrijpen wat goed en fout is. Het is de klassieke socratische vraag. Het zit in de aard van het tiener-zijn om dingen waar je zo standvastig in geloofde, te betwijfelen. Maar niemand maakt dit makkelijk voor je. De enige mensen die je precies vertellen wat het juiste is, proberen je wat te verkopen. Ze bespelen je.
En in de Spellslingerserie kan je erachter komen of iemand een fatsoenlijk persoon is door te meten of en hoe iemand vragen stelt, in tegenstelling tot het dwingen om antwoorden.

Kellens vader stelt geen vragen. In het hele boek heeft hij volgens mij geen een vraag gesteld. En Shalla, Kellens zusje, stelt ook geen vragen. Wanneer iemand je een moeilijke vraag stelt, is dat een teken dat diegene je respecteert. Niet omdat ze verwachten dat je er een antwoord op hebt, maar zij denken dat je slim genoeg bent om over de vraag na te denken.

Wat bedoel je als je zegt “Growing up is about finding out in which way you’re special”?
Ik kom uit een rare familie. Bij de meeste families als je zegt “Ik voel me niet speciaal”, krijg je te horen “Nee, je bent juist speciaal! Jij bent de meest speciale kleine jongen!” maar mijn familie zei: “Inderdaad. Dus je moet uitzoeken wat je daaraan gaat doen.”

Dus je bereikt dit punt waar je als kind, vooral bij Fantasy, leest over het uitvinden hoe speciaal je bent. En ik wilde schrijven over wat er gebeurt als je erachter komt dat je niet speciaal bent. Wanneer het je niet gegund of gegeven wordt en het niet aangeboren is. Hoe maak je je dan interessant en speciaal? Ik denk dat zoiets een van mijn oudere broers ooit tegen me zei: “Je zult er nooit goed uit zien, maar je kan er wel interessant uit zien.”

Geloof je in magie in onze wereld?
Toen ik negen was, las mijn zus mij en mijn broertje voor uit De Leeuw, De Heks en de Kleerkast. En de rest van mijn jeugd, en volwassenheid, heb ik gezocht naar Narnia. Waar je dan achter komt is dat het zoeken naar deze externe vorm van magie verspilbare tijd is. Wat ik leuk vind aan Fantasy is dat je het gevoel van verwondering krijgt en je gaat op zoek naar dat gevoel in deze wereld. En je vindt het ook nog! Op allerlei plekken. Mijn meest magische momenten waren gewoon momenten dat ik samen was met mijn vrouw.

Als schrijver moet je denk ik geloven in de magie van woorden. In hoe deze anderen kunnen inspireren.

Wist je bij het schrijven van Vogelvrij al meteen dat de serie zesdelig zou worden?
Het eerste boek dat ik schreef in de Spellslingerserie was eigenlijk boek 5. Ik wilde graag schrijven over deze jongen, dit buitenbeentje, iedereen haat hem, hij komt uit de woestijn en maakt een verschrikkelijke fout en wat er daarna gebeurt. En dus startte ik daar. Maar mijn uitgever zei: “Je slaat alle goede dingen over.” Bijvoorbeeld hoe Kellen Reichis ontmoet of hoe hij aan schaduwzwart komt. Dus besloten we dat ik dit nog ging schrijven. Toen moesten we alleen nog het exacte aantal boeken vaststellen, en op een moment zei de uitgever “zes. Dat wordt het aantal.” En toen zei ik: “Wat dacht je van zeven?” Maar ze zeiden nee. “Zes is precies goed.” Dus heb ik de serie geplot voor zes boeken. Al heb ik nog wel een idee voor zeven, maar na deze zes boeken zijn het verhaal en alle vragen die worden opgeroepen afgesloten.

"Het rare is dat het schrijven van een boek vooral draait om het leren schrijven van dat boek."

Hoe verloopt jouw schrijfproces?
Bij ieder boek is het anders. Het rare is dat het schrijven van een boek vooral draait om het leren schrijven van dat boek. Ik heb nooit het gevoel dat iets goed is, totdat het allemaal in elkaar klikt aan het eind van het boek.

Mensen praten vaak over het uitlijnen van een boek. Dat kan je doen. Je hebt namelijk alle personages, de grote gebeurtenissen en je kan ook nog thema’s benoemen die je wilt bespreken. Maar meestal is er nog een diepere laag. Iets waar je naar op zoek bent. En wanneer ik dat vind, ben ik heel blij. Maar ieder moment dat ik het nog niet heb gevonden, ben ik niet blij met het schrijfproces.
Met de meeste boeken die ik schrijf, schrijf ik eerst het verhaal. En dan zegt iemand “je hebt geen enkele locatie omschreven.” En dan werk ik in het hele verhaal terug terwijl ik de wereld bouw.

Er is dit gezegde “write the book you most want to read”, heb jij dit gedaan denk je?
“Write the book you most want to read” is het beste advies dat je kan geven aan een beginnende schrijver. Als je je eerste boek schrijft, schrijf je het boek dat je het liefst wilt lezen. Dit is een goed advies omdat je, als je start met het schrijven, geneigd bent iets belangrijks te schrijven of je bent bang om iets te schrijven dat al geschreven is. Daardoor krijg je al die domme gedachten in je hoofd en deze gedachten zijn niet behulpzaam als je start met schrijven.
Dus “write the book you most wat to read” geeft je toestemming om gewoon te schrijven wat je zelf echt leuk vindt en om er dan achter te komen waar het je brengt.

Ik heb waarschijnlijk al een dozijn boeken geschreven. Waarvan er zeven zijn gepubliceerd en de achtste komt binnenkort uit. Na een tijdje verandert “write the book you most want to read” in “write what you feel like you’ve got something interesting to say.” Het is een andere uitdaging. Het wordt een versie van “write the book that is the most interesting place to explore”.

Sam 9899

Wat is je eigen advies voor een beginnend schrijver?
Mijn grootste advies is: schrijf je eerste boek. Schrijf het. Je zult er nooit spijt van hebben dat je een boek hebt geschreven. Het maakt niet uit of het boek verschrikkelijk is.

Wanneer mensen de marathon lopen, verwacht niemand dat je wint. Niemand zal zeggen “Ik ga de marathon rennen, en als ik niet win, is het totaal zinloos om überhaupt mee te doen.” Je rent een marathon omdat iemand die een marathon rent, totaal iemand anders is dan iemand die nog nooit een marathon heeft gelopen, en dit zeg ik als iemand die dat nog nooit heeft gedaan. Wat binnenin je verandert, daar is de pay-off, daar is het resultaat. Dat is zo bij het lopen van een marathon, maar ook bij het schrijven van een boek.

Er zijn vier redenen om een boek te schrijven:
1. Het maakt je slimmer. Dat komt doordat je je brein traint om allerlei dingen tegelijkertijd bij elkaar te houden. Daarna wordt alles makkelijker.
2. Het maakt je zelfverzekerd, en het komt van pas bij een sollicitatie. Bij een sollicitatie kijken mensen namelijk of je het allemaal aan zou kunnen. Maar jij hebt een boek geschreven! Natuurlijk kan je het aan.
3. Je bent interessanter voor andere mensen. Ik geef altijd het volgende voorbeeld: Stel je wordt gedwongen om voor altijd bij een tankstation te werken, zou je dan liever de werknemer bij het tankstation zijn die ook schrijft, of de werknemer bij het tankstation die ook videogames speelt?
4. Het maakt de wereld voor jou interessanter. Dat doet het echt. Het zal het allemaal waard zijn. Je zal nooit iemand ontmoeten die zegt: “Oh ik zou echt willen dat ik dat boek niet geschreven had.”

"Zo schreef ik mijn eerste boek. Het was een verschrikkelijk boek, maar het proces was heel leerzaam."

Welke zin die je zelf hebt geschreven is je favoriet?
Het lastige hierbij is dat ik nooit zeker weet of ik mijn beste zin van iemand gestolen heb. In het eerste boek zegt Ferius iets tegen Kellen, en dat vond ik altijd al leuk omdat het zo verwarrend voor hem is. Kellen zegt: “Als je geen spion bent, wat ben je dan wel?” En Ferius antwoordt: “Ik ben een vrouw, knul. Een vrouw is als een man, alleen slimmer en met grotere ballen.” Ik vind dit fantastisch maar ik ben er vrij zeker van dat iemand het ooit tegen me zei toen ik klein was. Alle zinnen van Ferius vind ik geweldig, want alles wat ze zegt heeft een betekenis.

Ga je nog in andere genres dan Young Adult schrijven?
Ik wil altijd nog een mysterie schrijven. Want ik heb het schrijven geleerd door middel van een mysterie. Ik had toen nog nooit een mysterie gelezen.

Ik ging naar de bibliotheek en had al die boeken gelezen over hoe je moest schrijven, maar het hielp me niet. Totdat ik dit setje met cassettes vond met de titel “Let’s write a mystery” door Ralph Macinerny. Deze cassettes waren echt oud. Dus ik zette ze aan en hoorde een man die klonk als een natuurkundeleraar uit 1960: “Vandaag gaan we onze hoofdpersoon omschrijven. Hij zou een man moeten zijn waarmee je een biertje wil drinken.” Het was heel raar maar hij hielp je door het proces heen. En zo schreef ik mijn eerste boek. Het was een verschrikkelijk boek, maar het proces was heel leerzaam. Het zorgde ervoor dat ik ooit nog een goede mysterie wil schrijven.

In welk opzicht is de Spellslingerserie anders dan alle andere Young Adult boeken?
Nou, ik heb het zelf geschreven. Nee grapje, ik denk dat elke schrijver iets van zichzelf in het boek wil stoppen, dus daardoor is ieder boek al anders.

Ik wilde een antwoord, een tegenreactie schrijven op alle Fantasy dat ik als kind had gelezen. Ik wilde reageren op alle Fantasy dat zei “Blijf wachten op het moment dat je erachter komt dat jij de uitverkorene bent.” Want ik vind dit onzin.
Dus elk deel van de Spellslingerserie is een soort uitleg over hoe het tegenovergestelde is. Neem bijvoorbeeld Reichis. Het is zo standaard dat de hoofdpersoon een perfect dierlijk hulpje heeft. Eigenlijk een soort slaafje. Dus ik wilde schrijven over een soort metgezel, dat er zijn eigen agenda op nahield. Een businesspartner.

Is het leven als schrijver een uitgekomen droom?
Het is heel veel YouTube. Ik bedoel onderzoek. Heel veel onderzoek.
Nee, het is de beste baan van de wereld. Het is oneerlijk tegenover de rest van de wereld, eigenlijk. Een film bijvoorbeeld, draagt de naam van alle mensen die eraan hebben meegewerkt, hetzelfde geldt voor videogames. Bij een boek lijkt het alsof het allemaal is gedaan door één persoon. Terwijl er uitgevers, redacteuren, vertalers, marketingmensen en nog veel meer bij komt kijken. Al die mensen vallen onder mijn naam op het boek.

Een ding waar ik achter kwam als schrijver is het menselijke vermogen om alles te kunnen veranderen in wanhoop of verslaving. Je leest over mensen die de loterij winnen en depressief raken. Ik vond het nergens op slaan: je bent precies dezelfde persoon als gisteren, alleen heb je nu heel veel geld. En toch zijn sommigen echt depressief. Het komt doordat krijgen wat je wilt een soort herinnering is aan het feit dat iets willen hebben niets veranderd aan wie je vanbinnen bent.

De stoïcijnse filosofen zeiden altijd: “Het enige waar je om moet geven, zijn je eigen beslissingen.” Je moet niet nadenken over alles wat buiten jezelf is want het enige dat belangrijk is, is je eigen deugd. En daar hebben ze gelijk in.

Dus waar ik achter kwam is dat schrijven de meest geweldige baan in de wereld is en ik houd ervan, maar soms moet ik mezelf eraan herinneren dat ik doe wat ik zo geweldig vind en dat ik daar gelukkig mee ben, want dat kan je makkelijk uit het oog verliezen.

Wil je altijd op de hoogte zijn van de boeken binnen jouw favoriete genre? Stel je voorkeur in en ontvang updates.

Foto Iris
Iris