01 Wat Doen We Met Moeder

Sigried Lievens: hierdoor komen er barstjes in de stereotypen

Sinds Sigried Lievens het alfabet heeft ondekt, leest zij alles wat letters bevat. Zij heeft altijd en overal een boek bij zich en heeft voorkeur voor de hedendaagse Engelstalige, Zweedse en Nederlandstalige literatuur. Dit keer recenseert Sigried het boek Wat doen we met moeder van Martje van der Brug.

Martje van der Brug

Martje van der Brug debuteerde in 2013 met Havo is geen optie, een verhaal over onrealistische verwachtingen van ouders in een villadorp. Haar tweede roman, Wat doen we met moeder, speelt zich opnieuw af in de sociale bovenklasse, maar vestigt deze keer de aandacht op waardig ouder worden.

Mevrouw van Hemert

Mevrouw van Hemert is een kranige vrouw die ondanks het overlijden van haar man volop geniet van het leven. Haar jongste dochter, Dorien, woont in de buurt en komt regelmatig op bezoek. Ook met haar oudste dochter, Fiona, heeft ze een bijzonder goede band. Zoon Alex woont met zijn gezin in Colombia. Tijdens een van zijn bezoeken bespreken de drie kinderen de mogelijkheid om een verrassingsfeest te organiseren voor de tachtigste verjaardag van hun moeder. De onderlinge verhoudingen worden meteen duidelijk: Fiona neemt als oudste de touwtjes stevig in handen, haar wil is wet. Voor Alex is alles goed, zolang hij de vervelende klusjes op zijn zussen kan afschuiven. Dorien heeft vooral haar moeders welbevinden in gedachten, maar is niet opgewassen tegen haar zus en broer.

Anderen zijn de baas

Hoewel mevrouw Van Hemert een duidelijke voorkeur heeft voor haar oudste dochter, bespreekt ze met Dorien haar plannen om een levenstestament op te stellen: 'Het liefst zou ik Fiona vragen. Ze is de oudste, en ze weet alles altijd zo goed. Maar die arme schat heeft het zo druk. Wil jij er eens naar kijken?' Haar wensen zijn duidelijk: wanneer haar gezondheid haar in de steek zou laten, gaat ze liever dood dan hulpbehoevend te worden. Een kans om dit met Fiona en Alex te bespreken is er niet. Wanneer haar moeder een hartinfarct krijgt, reanimeert Dorien haar instinctief. Er volgt een jaar van operaties en revalidatie, een jaar waarin het schuldgevoel van Dorien groeit en haar moeder een steeds grotere weerzin om door te leven voelt: 'Nu ik de ziekte van ouderdom heb, mag ik niets meer beslissen. Anderen zijn de baas over mijn lichaam, over mijn huis, over mijn leven. Dat moet stoppen.' Hoewel haar kinderen in theorie allemaal het beste met haar voorhebben, houdt dat in praktijk heel verschillende dingen in.

De sociale arena

In de afzonderlijke hoofdstukken wisselen de vier personages elkaar af. In het begin wordt deze structuur vooral gebruikt om de verschillen tussen de kinderen te benadrukken. Hun leefwereld wordt uitgebreid geschetst: huizen, auto’s, boten, horloges, tassen en schoenen, dat waren de wapens waarmee gestreden werd in de sociale arena. Hoewel de verwijzingen naar de rijke levensstijl de personages typeren, gaat de oppervlakkigheid na verloop van tijd vervelen. Dit wordt versterkt door de karikaturale manier waarop de drie elk een duidelijke rol in het verhaal krijgen: Fiona bazig, Alex opportunistisch en Dorien onzeker. De redenen om voor of tegen euthanasie te zijn blijven in het eerste deel te oppervlakkig en daardoor minder geloofwaardig.

Vlees en bloed

Halverwege het boek krijgt het verhaal meer focus en haken de verschillende perspectieven beter op elkaar in. Waar in de eerste helft van het verhaal vooral de breekbaarheid en hulpeloosheid van de moeder prachtig is beschreven, worden in de tweede helft ook de gevoelens van de kinderen uitgelicht. Hierdoor komen barstjes in de stereotypen en worden ze personages van vlees en bloed. De randverhalen verdwijnen naar de achtergrond en langzaam maar zeker worden bepaalde keuzes meer overtuigend. De subtiele verschuivingen in de machtsverhoudingen tussen Alex, Fiona en Dorien maken het verhaal opnieuw boeiend en verrassend. Ondanks de tragiek is het einde zowel grappig als hartverscheurend.

Maatschappelijk belangrijke thema’s

Martje van Der Brug heeft een prettige schrijfstijl. De dialogen zijn realistisch en herkenbaar. Ze slaagt er bijzonder goed in om met veel humor over moeilijke onderwerpen als ziekte en dood te schrijven. Zo maakt ze maatschappelijk belangrijke thema’s op een toegankelijke manier bespreekbaar bij een ruim publiek.