Simon de Waal: "Je bent God van je eigen geschapen universum"

18-6-2016
Vector2

Simon de Waal (1961) is rechercheur zware misdaad en auteur van de thrillers Cop vs Killer en Pentito, beide genomineerd voor de Gouden Strop. Met Pentito won hij tevens de Diamanten Kogel 2008.

In 2009 startte hij een reeks policiers met vriend en collega Appie Baantjer, die tijdens deel drie overleed. Afgelopen voorjaar vierde de reeks haar jubileum, met de verschijning van Een tien met een griffel.

"Niks verrast me meer"

Het moment dat je werd gevraagd voor het Spannende boekenweekgeschenk, hoe ging dat? Weet je nog waar je was?
Dat staat in mijn geheugen gegrift. Ik was in Amsterdam in mijn favoriete eetcafé in Oost, waar ik geboren ben. Daar kom ik al mijn hele leven lang. Mijn uitgever had me daar verrast, of eigenlijk erin geluisd. We hadden een afspraak en na een half uur komen twee mensen binnen: de directeur van CPNB, Eppo, en Peter. Ik ben naïef, of eigenlijk heb ik heel veel meegemaakt, dus niks verrast me meer. Dus toen Eppo zei: "wij hebben hier ook een afspraak", dacht ik: oké, prima, het zal wel. Tot Eppo naast onze tafel kwam staan, een stoel pakte, op de stoel ging staan en een prachtige speech gaf waarin hij me vroeg of ik het CPNB de eer wilde doen om het geschenkboek te schrijven.

Heb je schrijfcursussen gevolgd of een hele goede redacteur gehad?
Ik heb een hele goede leermeester gehad. Ik ben pas laat begonnen met schrijven, toen ik begin dertig was. Nooit geweten dat ik het leuk vond of dat ik het kon, dus ik rolde er per toeval in. Dat was door middel van een regisseur, Ben Verbong, die toen heel succesvol was in Nederland. Hij merkte dat ik het leuk vond om mee te denken. We waren bezig met een tv-serie, Kats en Co, een voorloper van Flikken Maastricht. Die regisseur zei: "Jij moet daarin doorgaan". Hij gaf me een hele stapel boeken over schrijven - met name scenario schrijven - en zei: "Die moet je lezen". Daarnaast gaf hij me een hele stapel films: klassiekers, Franse en Italiaanse. Goed geschreven, goed uitgevoerde films en hij zei: "Die films moet je gaan bekijken en gaan bestuderen. Hoe zit het in elkaar? Hoe werkt een scène?" Dat ben ik gaan doen. Zo ben ik het schrijven leuk gaan vinden.

Simon De Waal 936 2

Uitlaatklep

Hoe rolde je in het schrijven?
Via een jeugdvriend van mij die ook in Amsterdam-Oost woonde. Hij werkte bij een Amerikaanse filmmaatschappij in Nederland en die gingen een speelfilm maken waar veel politiewerk in voorkwam. Dus hij zei: "Wil jij dat script eens lezen om te kijken of dat een beetje klopt, of het een beetje realistisch is?" En toen las ik dat script waar ze de film van gingen maken. Ik dacht, vrij eigenwijs: als ze daar een film van gaan maken, kan ik ook wel zo’n verhaal verzinnen. Dat kon ik toen niet, maar uiteindelijk heb ik het wel geleerd.

Was het schrijven een uitlaatklep?
Wat heel lekker is, is dat je in een verhaal een beetje de God van je eigen geschapen universum bent. Je kunt doen en laten wat je wil met je karakters. Veel schrijvers zeggen: 'mijn karakter deed dingen en dat had ik helemaal niet verwacht.' Rot op man, je hebt het zelf bedacht! Je mag ze laten doen wat jij wil dat ze doen en het verhaal loopt ook zoals jij dat wil. Je kunt mij niet wijsmaken dat een karakter een ander einde verzint dan dat de schrijver verzint. Dus in zoverre is het wel een soort uitlaatklep, dat je denkt: oh, heerlijk, ik heb in werkelijkheid die boef niet kunnen pakken, maar in de 24e aflevering van Baantjer pak ik hem wel.

Je zei dat je vier maanden deed over het verhaal en dat je het in drie weken opschreef. Doe je dat altijd?
Ja, ik kan niet schrijven zonder dat het idee bij mij geland is in mijn hoofd, dat ik denk: nu is het idee goed genoeg om te gaan schrijven. Dat kan heel lang duren. Bij Vector wist ik de aanleiding: ik wist dat ik met die Russen aan de slag ging, maar ik wist niet hoe. Pas toen ik het idee had uitgewerkt, kon ik beginnen. In drie regels kan ik het bij elkaar stoppen, dan ga ik schrijven en dan heb ik geen idee waar ik naartoe ga. Ik houd ervan om mezelf in een hoek te schrijven, dat ik denk: hoe kom ik hier in godsnaam uit, ik weet het niet. Dan moet je het wegleggen en wat anders gaan doen. In een week heb ik wel 500 ideeën gehad over hoe ik het laat eindigen. Je moet alles in je hoofd hebben zitten en je moet de gevoelens van je karakter kennen en zeggen: wat is nou de meest logische keus vanuit dat karakter op dat moment? Idee 501 was het idee waarvan ik dacht: dit is het, dit is goed genoeg. En toen heb ik in drie dagen de laatste 6000 woorden geschreven.