Corine Hartman header
Interview

Corine Hartman praat over Een duister pad: “Personages met een flinke rugzak zijn voor mij als thrillerschrijver het meest interessant”

28-05-2019

Corine Hartman heeft met haar vijfdelige succesvolle serie rond Jessica Haider haar naam definitief gevestigd in het thrillergenre. Hiervoor schreef ze onder meer de Nelleke de Winter- en de IJssel-trilogie en twee boeken met Tomas Ross, en bouwde zo in relatief korte tijd een imposant oeuvre op. Binnenkort verschijnt het eerste verhaal in een nieuwe serie rond het hoofdpersonage Faye van Laar, met als titel Een duister pad.

Corine, in je verhalen integreer je vaak maatschappelijke thema’s. De risico’s van het gebruik van antidepressiva is denk ik het belangrijkste thema in Een duister pad?
“Dat klopt, al heb ik meerdere thema’s samengevoegd voor een spannend plot. De risico’s van het gebruik van antidepressiva is een onderwerp dat regelmatig opduikt in de media, van zelfmoord en moord tot een aanklacht tegen het farmaceutisch bedrijf dat Seroxat op de markt brengt. Ook vind ik ook de invloed van voeding op onze geest een boeiend onderwerp. Daaruit ontstond het idee voor psychiatrische instelling Groot Loenen op de Veluwe waar onderzoek wordt gedaan naar alternatieve behandelingen van psychische stoornissen, zonder medicatie. Daarnaast heb ik inspiratie gehaald uit het verhaal over het bizarre leven in sektes van VN-redacteur Elma Drayer uit 2015. Dat artikel lag al een tijdlang in een la te sudderen, en het thema ervan bleek nu mooi te passen in mijn plot.”

Faye van Laar is de protagonist in Een duister pad. Naar mijn smaak een intrigerend personage, dat je direct in je hart sluit. Hoe heb je haar gecreëerd?
“Voor het ene verhaal ontstaat eerst de plot, bij het andere eerst het personage. Bij Een duister pad was eerst het personage er. Faye, een dertiger met een borderline stoornis. Zo iemand groeit in mijn gedachten, gaat leven. De setting had ik ook vrij snel helder: Faye woont haar leven lang al in een psychiatrische inrichting. Ze nestelde zich in mijn hoofd en ik wist eigenlijk meteen dat ik meer verhalen met en over haar wilde vertellen. De setting speelt daarbij wel mee: een psychiatrische instelling met een rariteit aan personages die ieder een meerkleurige rugzak meetorsen. Heerlijk was het, om die personages in groepstherapie te hebben, in dialogen met elkaar te laten stoeien. Robin, bijvoorbeeld, met een theatrale persoonlijkheidsstoornis. En natuurlijk de nieuwe in de groep, Emilie, die ervan overtuigd is dat ze wordt achtervolgd. Of lijdt ze aan wanen?”

Opvallend in je verhalen vind ik de rol van (jong)volwassenen met een verstoorde jeugd. Waar komt die belangstelling vandaan?
“Personages met een flinke rugzak zijn voor mij als thrillerschrijver het meest interessant. Afwijkend gedrag moet, vind ik, wel ergens vandaan komen. Faye, bijvoorbeeld, is een zogenaamd KOPP-kind. Kinderen van Ouders met Psychische Problemen. Waarbij vervolgens de vraag nature of nurture interessant wordt. nature staat voor alle eigenschappen van het individu die zijn bepaald door aanleg, bijvoorbeeld het genetisch materiaal, en nurture voor alle eigenschappen die zijn bepaald door opvoeding. Ik kan in zekere mate meegaan in de psyché van probleemkinderen door mijn eigen rugzakje als adoptiekind, wat de inspiratie vormde voor Het kwaad in ons.”

Voor jou is het lezen van artikelen een belangrijke pijler voor research. Haal je daar alle kennis over je thema’s vandaan of heb je nog andere bronnen?
“Naast het lezen vraag ik waar nodig deskundigen om antwoorden op vragen die tijdens het schrijven opduiken. Ik kan bijvoorbeeld in mijn kennissenkring terecht bij een kinderpsycholoog, een rechercheur en een medewerker van een forensische afdeling. Het is altijd de vraag in hoeverre de feitelijke informatie interessant is voor de lezer. Ik wil dat alles klopt, maar zodra ik alles weet, gebruik ik misschien maar tien procent ervan. De lezer moet mee willen in het verhaal, met boeiende personages en een intrigerende plot, dat is het belangrijkst. Of een wetsartikel dan 32f of 33c heet, zal de gemiddelde lezer niet boeien.”

Heb je veel gelezen over de risico’s van antidepressiva?
“Genoeg voor het verhaal, in elk geval, want er is enorm veel informatie over te vinden. Niet alleen in de Nederlandse pers, maar ook internationaal wordt regelmatig nieuws over dit onderwerp gepubliceerd. Het mooie ervan voor mijn verhaal is dat de meningen verdeeld zijn, dat er geen unanieme conclusie is. Hetzelfde geldt voor de invloed van voeding op de psyché. De wetenschap is zoekende, dat is voer voor discussie en om de lezer zelf na te kunnen laten denken over zo’n thema. Het uitgangspunt voor Een duister pad was een BBC-documentaire waarin de explosieve groei van antidepressiva onder jongeren ter discussie werd gesteld en het artikel over een jongeman die het bedrijf aanklaagde dat Seroxat op de markt brengt, het antidepressivum dat zijn leven verwoestte. Mijn verhaal begint met de dood van een jongeman in een vergelijkbare situatie. Zijn vriendin wil niet geloven dat hij zelfmoord pleegde, maar de vraag is of ze aan wanen lijdt. Ze komt in inrichting Groot Loenen terecht, bij Faye, en verdwijnt dan spoorloos.”

Kost deze manier van informatie vergaren als onderdeel van je research niet veel tijd? Tijd die toch wel schaars is.
“Research is een fijn onderdeel van het schrijfproces en ik heb tijd genoeg. Ik doe niets anders dan bezig zijn met verhalen, nou ja, de hond uitlaten, maar zelfs tijdens het wandelen denk ik meestal na over een personage of plot. Bij alles wat ik hoor of lees op het nieuws vraag ik me af of het onderwerp me genoeg interesseert om er meer over te lezen. Als een onderwerp dan door mijn hoofd blijft spelen, ga ik er meer over verzamelen.”

"Bij alles wat ik hoor of lees op het nieuws vraag ik me af of het onderwerp me genoeg interesseert om er meer over te lezen. Als een onderwerp dan door mijn hoofd blijft spelen, ga ik er meer over verzamelen."

Je hebt twee jaar geleden een luisterserie geschreven. Is dat te vergelijken met het schrijven van een leesboek?
“Wel in de zin van plot en personages, maar het daadwerkelijk schrijven ervan vraagt wat mij betreft wel wat speciale technieken. Bijvoorbeeld door af en toe belangrijke dingen te herhalen, omdat je bij een luisterserie niet zo makkelijk terug kunt gaan in het verhaal als bij een leesboek. Dus ik zorg ervoor dat de lezer goed kan volgen. Het is oppassen dat je daarmee de luisteraar niet gaat onderschatten maar je helpt hem of haar er wel mee en als het subtiel wordt gedaan merk je er niets van. Niet alle boeken lenen zich perfect om één op één over te zetten naar luisterboeken. Dat geldt bijvoorbeeld voor boeken waarin heel veel personages worden geïntroduceerd en afgewisseld. Even een momentje onoplettendheid en je mist te veel.”

Kunnen we op het gebied van luisterboeken nog iets van je verwachten?
“Jazeker. Na Solomon heb ik nu een tweede luisterserie geschreven, een zogenaamde Storytel Original, getiteld In dichte mist. Het is een spin-off van Een duister pad, maar dan met een ander hoofdpersonage: Lisa van Bergen. In Een duister pad had ze een bijrol, in In dichte mist is de hoofdrol voor haar weggelegd. Als bewoner van psychiatrische inrichting Groen Loenen op de Veluwe gaat ze als ex-rechercheur in op het verzoek van haar ex-collega rechercheur Simon te Bresser te helpen bij een verdwijningszaak van een zestienjarig meisje. Hiermee stort de zekerheid van haar veilige omgeving in. Voor Lisa betekende moordenaars oppakken en daders van seksueel misbruik ontmaskeren de zin van haar leven. Tot ze de grens tussen waan en werkelijkheid uit het oog verloor en gedwongen werd opgenomen. Het kostte haar haar gezondheid en haar gezin. Veel meer valt er niet te verliezen, dacht Lisa destijds. Maar of dat ook zo is? In dichte mist verschijnt in augustus.”

Als we dit gesprek nu samenvatten kunnen we dan concluderen dat alle gebruikte psychologische thema’s voor jou herkenbaar zijn?
“Je mag rustig zeggen dat een flink deel wel terug te voeren is op mijn eigen leven. Ik heb altijd wel ergens een stuk van herkenning in emoties en acties, bij vlagen zijn passages autobiografisch. Als ik lees over mensen die ergens ontspoord zijn, zie je vaak dat die zich op de een of andere manier niet hebben kunnen hechten of in hun vroege jeugd onveilig hebben gevoeld. Die dus een warm nest hebben gemist en nu geen aansluiting vinden bij hun medemens. Ik heb geen fysieke herinneringen aan mijn eerste jaar maar heb later wel veel last gehad van bindingsangst. Mede daarom heb ik ook een sterke ambitie ontwikkeld om mezelf te kunnen redden en niet afhankelijk te worden of zijn van een ander.”

Een duister pad

Faye van Laar woont al sinds haar vroege jeugd in psychiatrische inrichting Groot Loenen op de Veluwe. Haar vader is er directeur, maar ze is ook patiënt, en samen met een vijftal medepatiënten vormt ze een ongebruikelijke familie. Nieuw in de familie is Emilie, die aan achtervolgingswaanzin lijdt sinds haar vriend Steven werd vermoord. De daders hebben het nu op haar gemunt, beweert ze. Faye wil haar geloven, ze weet hoe het is met onzekerheden te leven, en probeert te helpen door zelf op onderzoek uit te gaan.

Ze ontmoet rechercheur Simon te Bresser die de zaak evenmin kan laten rusten, ondanks de conclusie dat Steven zelfmoord pleegde onder invloed van antidepressiva. Als Emilie ineens spoorloos verdwijnt, bundelen Faye en Simon hun krachten en ontstaat een onwaarschijnlijk speurdersduo.