Interview

Toneelbewerking Het hout: “Hij voert je mee in de gedachten van de personages.”

2-11-2018
Het Hout

In zijn vroege roman Bezonken rood schrijft Jeroen Brouwers: ‘Ik begrijp het principiële verschil niet tussen een Japanse kampbewaker en een kloosterling.’ Vele jaren later schrijft hij met Het hout deze ervaringen van zich af. Brouwers doopt zijn pen in gif als hij het beeld schetst van een rooms klooster annex jongenspensionaat waarin een volkomen verziekte mannengemeenschap straffeloos haar gang kan gaan. Hij krijgt er in 2015 de prijs voor het beste Nederlandstalige literaire boek voor, de ECI-Literatuurprijs.

Niet alleen worden de leerlingen door de kloosterlingen vernederd en gebrutaliseerd, ze worden ook seksueel misbruikt. Dit alles vindt plaats onder de verhullende mantel van een kerk die de naastenliefde propageert. De jonge broeder Bonaventura ziet zich voor een dilemma geplaatst. Verkiest hij de zwijgende medeplichtige te zijn die de slachtoffers zo goed als mogelijk helpt? Of besluit hij weg te gaan, waardoor hij ze aan hun lot overlaat? Er is een vrouw in de wereld buiten het klooster voor nodig om die knoop te kunnen doorhakken. Tijdens een bezoek aan de tandarts ontmoet Bonaventura de jonge weduwe Patricia. Maar ook nadat zij een geheime liefde ontwikkelen, blijft hij nog lange tijd besluiteloos.

Jeroen Brouwers: ‘Wat bezielde die mensen om te blijven en om te zwijgen? Dat was ook de uitdaging voor mij als schrijver: geloofwaardig maken dat Bonaventura niet weg kán, niet spreken kán.’ Vanuit die vraag regisseert Michiel van Erp – de gevierde filmer van onder meer de tv-serie Ramses en de speelfilm Niemand in de stad – de theatervoorstelling van Het hout voor Internationaal Theater Amsterdam.

Regisseur Michiel van Erp over Het hout
‘Voor mij staat het jongenspensionaat waar het verhaal van Het hout zich afspeelt voor veel meer gesloten gemeenschappen. We leven in een wereld waar onthullingen over machtsmisbruik en seksuele intimidatie aan de orde van de dag zijn. Het hout gaat over de mechanismen die schuilgaan achter het collectief verzwijgen van wantoestanden. En over de dillema’s waar je als individu voor komt te staan als je er wat tegen wil doen, en over de moed die nodig is om naar voren te stappen. En dat uiteindelijk liefde overwint. Het hout is ook een ode aan het schrijverschap van Jeroen Brouwers.’

Wat spreekt jou aan in Het hout?
De karakters die de boeken van Jeroen Brouwers bevolken, vind ik met name intrigerend. Gekwelde geesten, mannen, die zich uit een moeras proberen te worstelen, maar gaandeweg steeds verder en verder wegzakken. Om uiteindelijk er toch weer bovenop te komen. Zijn thema’s spreken mij erg aan: machtsmisbruik, seksueel geweld. In mijn eigen werk is (seksuele) identiteit een terugkerend thema. De werking van de verhoudingen, de machinaties, de intriges. En zijn taalgebruik.

Hoe zou je zijn taalgebruik omschrijven?
Het is, ondanks de zwaarte, soms heel erg grappig. Ik moet er soms om grinniken. Hij voert je mee in de gedachten van de personages. Je kunt niet ontsnappen. Het zijn combinaties van woorden.

Hoe vertaal je dat evenwicht tussen die zwaarte en de humor naar het toneel?
Het verhaal is feitelijk een monologue interieur. Het speelt zich af in het hoofd van de 26-jarige Eldert Haman, broeder Bonaventura, de hoofdpersoon. Zijn broedernaam betekent ‘mooie toekomst’ en is tevens de naam van een Franciscaner kerkleraar die gezien wordt als één van de stichters van de orde. Al die oude mannen in pijen en lompengewaden. Hoe ziet dat eruit op toneel? Wíl je dat op toneel? Hoe ga je qua structuur te werk? Jibbe Willems heeft voor de bewerking van het boek naar script zorggedragen. Hij is gewend om met bestaand materiaal te werken. De hoofdpersoon krijgt een relatie met de 28-jarige Patricia Delahaye, boekhandelaarster en op jonge leeftijd al weduwe. We hebben bedacht dat hij vanuit het klooster een dialoog voert met haar. Het verhaal speelt zich af in de jaren ’50, in de jaren na de oorlog in het zuiden van Nederland, maar dat hebben we buiten beschouwing gelaten omdat we een universeel verhaal willen vertellen. De #Metoo discussie draait ook om machtsverhoudingen. Het verhaal had zich bij wijze van spreken ook in het bankwezen kunnen afspelen. Ik wil mensen verder laten kijken en geen anekdotisch verhaal vertellen dat zich in het verleden afspeelt. Wat er toen gebeurde, gebeurt nu ook.

Michiel Van Erp

Het thema van machts- en seksueel misbruik lijkt inderdaad actueler dan ooit. Verweef je die actualiteit in het verhaal op het toneel?
Ja, door middel van moderne muziek bijvoorbeeld. En de broeders dragen niet voortdurend hun pij. Ze mochten geen bezit hebben volgens de leer van Franciscus, dus ze droegen vaak wat ze vonden en kregen; oude trainingsbroeken. Geen ondergoed. Qua decor hebben we nu gekozen voor een glazen doolhof. Net zoals je in kloosters al die muren hebt, waarvan je geen idee hebt wat er daarachter zich afspeelt. Dat kun je ook door vertalen naar kleedkamers. Het moet verder reiken dan alleen die Katholieke omgeving. Uiteindelijk hoop ik met alles wat ik maak dat mensen zichzelf vragen stellen; hoe sta ik in het leven, hoe verhoud ik me tot de ander? In de verfilming van Niemand in de stad, van Philip Huff, is dat ook de hoofdvraag. Wat mij aangreep in dat boek is dat drie jonge levens totaal opgeschud worden door een dramatische gebeurtenis. Ze leren noodgedwongen dat je ferme keuzes moet maken in het leven om echt gelukkig te worden.’

Een vraag die een grote rol speelt in Het hout is ‘Ben je medeplichtig wanneer je zwijgt’?
En het antwoord weten we natuurlijk. Als je zwijgt stem je toe. Je moet soms over je eigen grenzen heenstappen, als je wel iets wilt doen. Zoals Broeder Bonaventura uiteindelijk zal doen, maar daar heeft hij veel innerlijke strijd voor geleverd.

In hoeverre is het verhaal van de auteur zelf van belang? Deels is het verhaal van Het hout autobiografisch, deels ook niet, zoals het misbruik. In een interview in Trouw zegt Jeroen daar zelf over: ‘Het boek, dát ben ik. Het hout, dát ben ik. Maar ga niet proberen daar de biografische realiteit uit te halen, want daar klopt heel weinig van.’
Binnenkort ga ik beginnen met de verfilming van IM, van Connie Palmen. In dat geval kun je het niet loskoppelen. Het is volstrekt autobiografisch. De hoofdpersoon leeft nog. Daar kun je dan niet omheen. Er is dan weinig ruimte voor eigen interpretatie als het de essentie van haar als persoon betreft. In het geval van Het hout heeft Jeroen het verhaal verzonnen. Hij heeft weliswaar in een internaat gezeten, heeft alles van dichtbij meegemaakt, gezien, maar hij is inderdaad niet seksueel misbruikt. Als ik nog een vergelijking met Niemand in de stad mag maken: de hoofdpersoon heet ook Philip, maar dan Philip Hofman. Een aantal dingen die de hoofdpersoon meemaakt, heeft hij ook meegemaakt, maar niet alles. Hij heeft gebeurtenissen die hij heeft gezien en meegemaakt door elkaar heen verweven. ‘Daarmee ben ik dat boek’, zo zegt Philip. En zo is het ook bij Jeroen. De boeken zeggen iets over de auteur. Bij Het hout vind ik dat overigens wel iets lastiger dan bij Niemand in de stad: de dolende ziel, de zoekende, dát snap ik. Maar het contrast is zo groot. De gekte. Hoe Jeroen virtuoos humor afwisselt met werkelijk gruwelijke scenes waarin een kind wordt mishandeld. Dat komt ook terug in het toneelstuk. Dat is namelijk wat het boek is. En daarmee ook de auteur.

Hoe zorg je voor de balans op het toneel?
Voor mij is dit iets nieuws om te onderzoeken. Ik heb niet eerder zoiets gedaan. Nog niet eerder heb ik zo’n groot gezelschap aangestuurd. We zijn nu op het punt beland dat het stuk staat. Nu kunnen we gaan schrappen, om tot een gebalanceerd geheel te komen. Mijn brein geeft zich makkelijk over aan situaties. Ik kan een stuk keer op keer objectief en met verwondering bekijken, alsof ik het voor de allereerste keer zie, en denken ‘daar herhaalt een situatie zich, dat kan eruit’.

Zo’n strijkstok is van pernambukhout. Zo’n stok is licht elastisch, je kan ermee zwiepen. Als je ermee door de lucht slaat veroorzaakt het een zoefgeluid. Dit is mij door Mansuetus, naamdag 19 februari, voorgedaan. Zoef. Klap. Schreeuw. De jongen voorover, de hand van Mansuetus als een bankschroef rond de nek van de gestrafte of rond diens tegen de schouderbladen gedraaide arm om hem tegen het bureaublad onder bedwang te houden, zijn andere hand omhoog om het hout met opperste kracht op het zitvlak te laten neerkomen.

Fragment uit Het hout

Hoe heb je de titel, Het hout, in het stuk verwerkt?
Het hout slaat natuurlijk op het hout van het kruis, van Jezus Christus. Maar ook op het hout waarmee wordt geslagen. Dat komt letterlijk terug in het stuk. Mansuetus is de belichaming van machtsmisbruik. Hij wordt gespeeld door Bart Slegers. Het mystieke van de achtergrond waar het boek zich afspeelt, dat is voor velen een mysterieuze omgeving, dus daar kun je als acteur heel veel van jezelf inleggen. Omdat je niet precies na kunt gaan hoe het was. Het is een versmelting van mijn beelden, hoe ik het boek las, en die van de acteurs, die moeten zich senang voelen bij hetgeen ze spelen. Daardoor worden personages altijd weer net iets anders dan je in eerste instantie voor ogen had.

Wat is jouw relatie met het geloof?
Mijn moeder heeft zelf in een nonneninternaat gezeten en heeft daar eigenlijk hele goede herinneringen aan. Ze was eigenlijk een beetje een afvallige. Het katholicisme speelde niet zo’n grote rol bij ons thuis. We – ik heb drie broers – hebben geen doopnamen en we mochten ook niet onze commune doen. Mijn moeder zei dat ik dat maar moest doen als ik wat ouder was en als ik dat dan nog wilde, maar het kwam er natuurlijk niet meer van.

In hoeverre is Jeroen betrokken geweest bij de totstandkoming van het toneelstuk?
Eigenlijk helemaal niet. Ik ben bij hem op bezoek geweest in Lanaken, samen met de dramaturg van het stuk Johan Reyniers. Het was wonderlijk. Wat zouden we aantreffen? Ik had verhalen over hem gehoord, dat hij een beetje mopperig, norsig is, niet helemaal gezond ook. Hij zat in een rolstoel, gebruikte het pijpje waarmee hij ademde ook om zijn sigaretten mee uit te kloppen. Hij was heel aardig. Hij bleek ook bekend te zijn met mijn werk. Ik had wat voor hem meegenomen, maar hij had alles al gezien. Hij bleek vooral nieuwsgierig te zijn naar hoe we van zijn boek een toneelstuk maken, naar de constructie. Van Bezonken rood is ooit een toneelbewerking gemaakt, maar verder heeft hij daar geen ervaring mee. We hebben een paar uur gepraat en toen gaf hij zijn zegen en daarmee was het goed. Het is precair omdat het enerzijds zijn kindje is, maar anderzijds heb ik de vrijheid nodig om het verhaal helder naar het toneel te kunnen vertalen. Het is een andere kunstvorm.

Je hebt vele portretten gemaakt van bekende Nederlanders, van schrijvers, fotografen. Wat bindt jouw personages?
Ze tornen aan het leven dat ze leiden en gaan uitdagingen aan. Net als de personages in de romans van Jeroen Brouwers. Ze jagen hun dromen na, zijn dapper. Dat houdt vaak in dat ze niet in de pas lopen met de mensen om hen heen, want die lopen meestal achter elkaar aan. Ramses Shaffy had dat ook, zijn vuur, zijn enthousiasme, zijn drang om te leven, en de bereidheid om daarvoor soms ook diep te vallen, die eigenschappen bewonder ik en daar spiegel ik me aan. Ik was nooit filmer geworden als ik in de pas was blijven lopen.

De uitgever heeft over het boek gezegd: ‘Ik krijg het benauwd van die roman. Dan weet je dat het goed zit.’
Oh ja! En dat zal je bij het toneelstuk ook ervaren. Kijk, je weet waar je naar toegaat als je naar Het hout gaat. Je gaat niet gezellig een avondje uit. Het is heftige kost, net als het boek. Maar toch… ik kon niet stoppen met lezen, het is een pageturner. Hoe loopt dit af in godsnaam? Die wisselwerking tussen humor en bittere ernst maakt het zo interessant. Ik hoop dat mensen die symbiose ook ervaren en de zaal zullen verlaten met het gevoel dat het niet alleen maar ongenadig was, maar dat ze ook gelachen hebben – zoals ik bij het boek.

Michiel Van Erp 1

Over Michiel van Erp (4 oktober 1963)
Filmer des vaderlands. Zo werd Michiel van Erp getypeerd in 2016, het jaar dat hij vijfentwintig jaar als documentairemaker actief was. Hij draaide portretten van bekende Nederlanders zoals schrijver Connie Palmen en fotograaf Erwin Olaf, maar ook van koningin Beatrix en de Zangeres Zonder Naam. Hij maakte films over zowel de uitvaart van prins Claus als over de nabestaanden van de MH17-vliegtuigramp. In 2014 baarde Van Erp groot opzien met de televisieserie Ramses over de jonge Ramses Shaffy in het Amsterdam van de jaren zestig en zeventig. Sinds begin oktober draait zijn speelfilmdebuut in de bioscopen, met o.a. Minne Koole en Hans Kesting. Van Erp verfilmde de roman Niemand in de stad van Philip Huff, een coming of age verhaal over een groep studievrienden die in Amsterdam op zoek zijn naar hun identiteit.

Over Jibbe Willems
Jibbe Willems is afgestudeerd aan de Toneelacademie Maastricht. Sindsdien werkt hij als theaterauteur, -bewerker en -vertaler voor verschillende gezelschappen. Hij schrijft toneel, jeugdtheater, libretti en ook teksten voor muziektheater in een veelheid van stijlen.

Het hout gaat op zondag 4 november in première bij Internationaal Theater Amsterdam (op de website van de Stadsschouwburg Amsterdam staat de meest actuele informatie), met als cast Thomas Cammaert, Jules Croiset, Khaldoun Alexander Elmecky, Fred Goessens, Aus Greidanus jr., Achraf Koutet, Maria Kraakman, Joep Paddenburg, Gijs Scholten van Aschat, Bart Slegers

Wil je altijd op de hoogte zijn van de boeken binnen jouw favoriete genre? Stel je voorkeur in en ontvang updates.