Winactie

Win & lees: Vakantieboek voor professionals

Demandiehaasthadheader

Jij maakt kans op een exemplaar van Vakantieboek voor professionals, want wij geven dit boek maar liefst 5x weg! Meedoen aan de actie? Stuur een mail naar schrijf@bol.com en laat weten waarom jij dit boek moet hebben. De winnaars maken wij 25 augustus bekend. Hieronder een leesfragment uit Vakantieboek voor professionals.

WAAROM PRATEN WE ZO RAAR op KANTOOR?

Japke-d. Bouma

Mensen praten raar op kantoor, iedereen weet dat. Zo ‘sturen we op kwaliteit’ in plaats van het beter te willen doen, ‘gaan we trajecten in’ in plaats van dat we ergens mee beginnen, ’houden we dingen tegen elkaar aan’ in plaats van te vragen wat we ervan vinden en informeren we of onze collega’s nog ‘in hun kracht staan’ als we… ja, wanneer eigenlijk? Ik weet dat dus nooit.

Weet jij wat ‘iemand in zijn kracht zetten’ of ‘in je kracht staan’ betekent? Volgens mij wil niemand in zijn kracht staan. Dat gaat knetteren, iedereen kijkt naar je, en dan krijg je kortsluiting.
En stel, dan stá je in je kracht. wat dan? Ga je dan vooruit, achteruit? Omhoog, zijwaarts? En moet je er dan ook weer een keer uit, uit die kracht? En zo ja, hoe moet dát dan weer? ‘De laatste keer dat ik in mijn kracht gezet werd, moest ik drie maanden paracetamol slikken,’ zei iemand op Twitter, en zo is het. Maar niet doen dus.

Dat zou ook mijn advies zijn voor het gebruik van dit soort holle, nietszeggende taal op kantoor die we helaas allemaal, ja, ik soms ook, gebruiken. Al sinds 2012 schrijf ik erover en ik ben zulke woorden ‘jeukwoorden’ gaan noemen.
In de loop van de tijd ben ik zoveel voorbeelden tegengekomen dat ik er niet over uitgeschreven raak, en in oktober komt zelfs mijn vierde boek uit. Daar- in wordt er onder meer ‘agile’ gewerkt, wordt ‘laaghangend fruit’ geplukt, wordt er veel aan ‘scrummen’ gedaan en gaat het onder andere over ‘con- tent’, ‘de klant centraal’, ‘omdenken’, ‘persoonlijke groei’, ‘papadag’, ‘flexwer- ken’, ‘the customer journey’ en ‘storytelling’.
Ik heb er vooral veel lol in om erover te schrijven, maar ik maak me soms ook weleens zorgen. Want weten we allemaal wel wat het betekent wat we zeggen? En zijn we nou eigenlijk beter geworden van al die jeukwoorden, managementblabla en kantoorclichés?
Wat dachten jullie bijvoorbeeld van de uitspraak: ‘Een impuls aan het be- gin van een traject kan de onderlinge interactie versterken.’ Of: ‘Er moet gestuurd worden op een intense inzet om de uitvoeringspraktijk leidend te maken voor maatschappelijke impact.’ Of: ‘Kennisdeling en ondersteu- ning bij en politieke beïnvloeding gericht op de kanteling van verticale sturing naar horizontale verantwoording is een aandachtspunt.’
Wie weet wat het betekent mag het zeggen.

Wat me laatst nou weer opviel, een nieuwe trend in het gebruik van jeuk- woorden zeg maar, is dat sommige woorden op kantoor helemaal verdwenen zijn.

Wat me laatst nou weer opviel, een nieuwe trend in het gebruik van jeuk- woorden zeg maar, is dat sommige woorden op kantoor helemaal verdwenen zijn. En dan bedoel ik kloeke kantoorwoorden waar niks mis mee was. Neem een woord als vergadering. Of overleg. Prachtige, heldere, Holland- se woorden. Maar die hoor je echt nooit meer op kantoor. In plaats daarvan hebben mensen ‘meetings’, willen ze ‘even sparren’, ‘je in de loop houden’ (spreek uit: ‘loep’), je ‘brain picken’ of met je ‘levellen’. Als ze alleen jou willen spreken heet dat trouwens een bila; als er nóg iemand bij komt heet het geen trio maar een trila – je zou bijna vergeten dat het allemaal hetzelfde is als vroeger, namelijk: zittend vergaderen in een zaaltje. Of staand natuurlijk, staand vergaderen. Dat heet nu ‘stand-up’. In de politiek heet een (linkse) staande vergadering overigens ‘meet-up’. En daar komen ineens een stuk meer mensen op af dan op een ledendag. Maar ook gouwe ouwe kantoorwoorden als ‘klant’, ‘cursus’, ‘heidag’ en ‘tijdsplanning’ hoor je nooit meer op kantoor. In plaats daarvan heb je ‘customer’, ‘training’, ‘offsite’ en ‘window’, of erger: ‘roadmap’. Want dat gebeurt er meestal met duidelijke Nederlandse kantoorwoorden: ze worden vervangen door een Engels woord. Neem good old personeelszaken. Daar werkt echt niemand meer. Die zitten nu allemaal bij ‘human resources’. En ze zijn niet meer bezig met bijscholing en nascholing, nee, dat heet nu ‘talent development’. Zelfs koffie heet nu anders – koffie drinkt echt niemand meer. Dat is een ‘cafeïnebreak’ geworden of een ‘refill’, die je overigens niet meer bij de koffieautomaat nuttigt, maar in de 'pantry'. Ik heb zelfs al een saaie kantine horen langs- komen die tegenwoordig ‘in-company foodcourt’ heet. Om het te vieren hebben ze nieuwe papieren placemats gekregen.

Office

Ik snap het wel. Een beetje. Door al die Engelse woorden klinkt het een stuk minder ellendig op kantoor. Zo is niemand meer overspannen, maar hebben ze een ‘burn-out’, hoef je je bureau niet meer op te ruimen, maar is er de ‘clean desk policy’ en heet dat saaie bureau sowieso geen bureau meer, maar een ‘workstation’. Maar er zijn ook geen functioneringsgesprekken meer, heerlijk! Die heten ‘performancedialogen’. Je hoeft je ook niet meer in te spannen, dat heet ‘commitment’, en je hebt geen doelen meer nodig – die noem je gewoon ‘targets’ en klaar ben je. O ja, en kritiek. Boeien. Dat heet ‘feedback’ en is dus prima om te krijgen. Een lezer mailde me dat besluiten op zijn werk worden genomen ‘in de steering committee’, dat de ‘call center agents’ worden beoordeeld op hun ‘average handling time en net promoter score’ en dat de ‘customer bediend wil worden in een omnichannel environment met op zijn minst een triple play-aanbod inclusief on-demand content’. En ik moest ‘de learnings’ niet vergeten, dat is als je iets fout hebt gedaan, en de ‘kick-forwards’ – dat zijn vergaderingen, ik denk op het sportveld. Of wat dacht je van ‘een ask neerleggen’? Dat is een vraag stellen. En de ‘werkplek met een deur’ heet tegenwoordig ‘closed longstay’ – tbs op je werk, zeg maar. Ook ‘alignen’ is een nieuwe. Dat woord heeft ‘afstemmen’ verdreven. En ‘workflow’ kwam in de plaats van procedure; ‘dry run’ van een test, ik denk eentje waarbij veel alcohol gedronken moet worden; ‘workload’ als je te weinig gedaan hebt maar dat niet gewoon durft te zeggen en ‘tribelead’, ‘squadlead’ en ‘chapterlead’ voor baas, vooral als deze graag in het leer gekleed op zijn of haar motor naar het werk forenst. Denk ik. Het risico van al dat Engels dat het Nederlands verdringt is dat je maar zo de verkeerde indruk kunt krijgen. Zo dacht ik altijd dat ‘onboarden’ iets met een cocktail op de Love Boat was, maar dat blijkt ‘inwerken’ te zijn; is ‘save the date’ niet die hit van Roberto Jacketti maar ‘kalk in je agenda’ en is ‘chasen’ niet iemand achterna zitten maar ‘navragen’, als in: ‘Chase jij Japke-d. even hoeveel Engelse woorden we mogen gebruiken per zin?’ En dan was er nog iemand die schreef dat haar nieuwe baas een ‘speeddate’ met haar wilde. Dat is een kennismakingsgesprek – hoopte ze. Ik heb niks meer van haar gehoord.

Laten we onszelf bevrijden, laten we elkaar bevrijden. Laten we witte vellen papier pakken en alles opnieuw opschrijven in onze eigen woorden.

Niet alleen worden normale woorden op kantoor vervangen door Engelse, ook Nederlandse vaagtaal rukt op. Zo is ‘af- spreken’ ‘inschieten’ geworden, als in ‘Die meeting moeten we nog even inschieten’. De eerste keer dat ik iemand het hoorde zeggen heb ik gelijk een kogelwerend vest en een veiligheidsbril op internet besteld, maar het bleek nog steeds dezelfde saaie vergadering als altijd. ‘Problemen’ zijn ook verdwenen. Dat zijn ‘uitdagingen’ ge- worden. Vind ik ook lastig. Want wie voelt er zich nou verantwoordelijk voor een uitdaging? Het klinkt heel spannend, maar je kunt hem ook best een dagje overslaan. Ook ‘plan van aanpak’ hoor je zelden meer; dat is nu ‘aanvliegroute’. Ik denk dat er daardoor veel minder wordt aangepakt dan vroeger. Omdat mensen al duizelig zijn voordat ze eraan begonnen zijn. ‘Praten’ of ‘iets laten weten’ zegt niemand meer op kantoor. Dat is ‘wisselen’ geworden. Alsof je geheel vrijblijvend van standpunt ruilt en dat vervolgens in de prullenbak mietert. ‘Uitleg’ is ook verdwenen. Dat is nu ‘iemand meenemen in’ of ‘vertalen’. Alsof wat we doen op kantoor zo exotisch is dat er bussen gehuurd moeten worden en er paspoorten en woordenboeken aan te pas moeten komen om iedereen ‘mee te krijgen’. Maar er zijn ook geen ‘gesprekken’ meer op kantoor. Dat zijn ‘reflectiesessies’ en ‘dialogen’ geworden. Of ze noemen het ‘communicatie’, ook zo lekker vaag, als in: ‘dat is ergens in de communicatie misgegaan’. Alsof het fout ging doordat de stroom is uitgevallen en niet omdat die lul van sales vergeten was iedereen te mailen. Een woord als ‘leuk’ hoor ik op kantoor zelden meer. Dat is ‘inspirerend’ geworden, of, hevige jeuk: ‘passievol’. Op die manier is verandering ‘transitie’ geworden, zijn adviseurs gepromoveerd tot ‘strateeg’, heet toepassen tegenwoordig ‘implementeren’, bezuinigen ‘optimaliseren’ en aanpassen ‘kantelen’, heeft niemand meer een mening maar heet dat ‘in mijn beleving’ en zeggen we niet meer dat iets ‘nog niet af is’, maar dat we er nog ‘een slag overheen moeten maken’. O ja, en iets doen waarvoor je betaald wordt heet tegenwoordig ‘eigenaarschap tonen’. Ik snap het wel, hoor. Vooral mensen die saai werk hebben kun je het niet kwalijk nemen dat ze het wat gewichtiger willen zeggen. Zo kwam ik laatst een gemeente tegen die de ‘verblijfskwaliteit van de weg naar een hoger niveau wilde brengen’ – daarmee bedoel- den ze ‘opnieuw bestraten’.

De vraag is natuurlijk wel waar het stopt, of er straks nog genoeg overdrijfwoorden zijn, of we niet met de mond vol tanden komen te staan, of iedereen het nog snapt en of er niet te veel mensen in hun gezicht uitgelachen worden. Want langs die weg met die betere verblijfskwaliteit zaten ineens allemaal mensen met thermosflessen op tuinstoelen in de berm, en in bedrijven waar nog veel slagen over dingen heen gemaakt moeten worden, breekt steeds ruzie uit. Ik zou daarom zeggen: laten we ophouden met die jeukwoorden en weer gewoon Nederlands gaan praten. Laten we onszelf bevrijden, laten we elkaar bevrijden. Laten we witte vellen papier pakken en alles opnieuw opschrijven in onze eigen woorden.

Dood aan de jeukwoorden. Leve het vrije woord.


Japke-d. Bouma is columnist en eindredacteur bij NRC. Dit stuk is geïnspireerd op eerder werk. Dit najaar komt haar vierde boek over kantoor uit: Ga lekker zélf in je kracht staan.