Interview

Wij zeggen hier niet halfbroer van Henk van Straten is verkozen tot Beste Boek voor Jongeren 2018

07-11-2018
Header Interview Henk Van Straten

Henk van Straten groeide op in Eindhoven met drie oudere halfbroers, zijn stiefvader en zijn moeder, om in de weekenden met diezelfde moeder naar zijn vader in Rotterdam te rijden. Zijn stiefvader was hem liever kwijt dan rijk, dacht hij. Zijn moeder, gevangen tussen twee mannen, was aldoor somber en vertrok op zijn vijftiende naar Curaçao. Zijn broers waren zijn broers, maar toch ook weer niet. Wij zeggen hier niet halfbroer is een humoristisch, schrijnend, maar liefdevol verhaal over een kind dat dacht altijd vrolijk te moeten zijn en, later, over een puber die eenzaam drugs gebruikte op zijn zolderkamertje en opging in zowel de punk- als de gabbercultuur. Zoals Van Straten zelf zegt: “Gewoon een jeugd, net zoals mijn leven gewoon een leven is.” Dat kan zo zijn, maar Wij zeggen hier niet halfbroer is geenszins ‘gewoon een boek’. Met scherpe, ontroerende en bovendien herkenbare observaties toont Van Straten ons de hartverscheurende en grappige herinneringen aan het leven van een jongen die worstelde met identiteit, liefde en mannelijkheid. Wij zeggen hier geen halfbroer werd uitgeroepen tot Beste Boek voor Jongeren 2018.

“In die tijd keek ik met mijn ouders in Delfshaven altijd The Wonder Years, een schitterende jeugdserie over een Amerikaans middenklassengezin in de jaren zestig/zeventig. Kevin was verliefd op de mooie Winnie Cooper en ik was dus verliefd op Karlijn Wieberdinck. Er was één scène in die serie die in mijn buik de sidderalen deed wriemelen: toen Kevin eindelijk Winnie kuste, in het bos, naast elkaar gezeten op een gevallen boomstam. Ja, als dit in boekvorm had bestaan, had ik verslonden.”

Hoe belangrijk is een dergelijke prijs voor jou als auteur?
Van deze prijs weet ik het eerlijk gezegd niet zo goed. Het is een beetje een ‘tussenin’ prijs. Je hebt de Gouden Griffel voor kinderboeken en de voormalige AKO-literatuurprijs (Bookspot-prijs) voor volwassen literatuur. Deze prijs zit daar tussenin. Ik denk dat deze prijs nog niet bekend genoeg is om een verschil te kunnen maken. Ik vraag daar ook niet naar bij de uitgeverij, uit angst te horen te krijgen dat het verder niks doet voor de verkoop. Zo’n sticker op de cover is natuurlijk fijn, als een soort keurmerk. Boekhandelaren leggen het boek daardoor ook bij Young Adult. Zo krijgt het boek een breder publiek. Hopelijk komt het boek dankzij deze prijs prominenter op leeslijsten te staan. Ik word wel meer uitgenodigd op scholen, dus in die zin lijkt het erop dat de prijs een positief effect heeft.

Ik begreep dat er ook een boekhandelaar was die het boek vanwege de prijs niet als ‘volwassen’ literatuur aanbeveelt.
Oh dat ja… Meteen dat Calimero gevoel: ik ben klein en zal dat altijd blijven. Eigenlijk zou er nóg een sticker op de cover moeten komen: ‘Maar óók voor volwassenen’. Wat oorspronkelijk ook het geval was. Tijdens het schrijven dacht ik wel ‘dit kan goed zijn voor jongeren, dit kan een boek zijn dat een jongere generatie aanspreekt’. Maar ik heb het niet vanuit die intentie geschreven. Eigenlijk zou er moeten staan: ‘Dit is een boek voor volwassenen, en het is ook heel geschikt voor jongeren’.

Is het eigenlijk belangrijk dat er een prijs voor boeken voor jongeren bestaat, dat dat onderscheid wordt gemaakt?
Wel als het helpt om jongeren in aanraking te laten komen met vlottere, meer contemporaine literatuur dan wat nu op de leeslijsten staat. De klassiekers zijn ongetwijfeld goede boeken, maar het is inmiddels wel duidelijk dat deze boeken niet perse bevorderlijk zijn voor het plezier in lezen bij jongeren. Gun ze een boek dat bij hun belevingswereld aansluit, gun het ze te ontdekken wat een boek kan doen. Als je dat hebt ervaren, vindt je je weg wel naar de klassiekers. Ik zou willen dat ik een boek als Wij zeggen hier niet halfbroer tijdens mijn jeugd in mijn handen had gehad.

Wat kán een boek doen?
Lezen kan verdieping en troost bieden op een manier die vloggers op Youtube en Instagram in ieder geval niet kunnen bieden. Muziek en films kunnen een beetje in de buurt komen, maar niets kan zoveel intieme gedachten herbergen als een boek. Herkenning. Hoe puberteit kan zijn. Seksualiteit, imago, identiteit. Dingen waar je mee worstelt en waarvan je denkt dat je de enige bent die er geen raad mee weet. De troost dat je niet alleen bent met jouw gevoelens. Dát kan alleen een boek. Zelf las ik amper. Dat lag niet aan mijn ouders overigens; mijn moeder heeft me heel veel voorgelezen. Maar zelf lezen… ik heb nog een boek van Leon de Winter gelezen, voordat hij samenzweringsgek werd. Ik was in mezelf gekeerd, onzeker, bezig met mijn bandje en veel stoned, vrijwel iedere dag eigenlijk.

“In mijn zwembroek liep ik over het strand met in mijn rechterhand heel nonchalant Oorlog en vrede (en Bukowski draaide zich om in zijn graf). Iedereen zag me, dat wist ik zeker. Wat een opvallende verschijning, die mooie jongen met zijn ziel onder de arm en Tolstoj in zijn hand! Zo jong nog, en nu al zoveel tatoeages! Nu al verminkt! Welk leed bewoog deze jongen? Welk groot verdriet schitterde in zijn ogen?”

Fragment uit Wij zeggen hier niet halfbroer

In bovenstaand fragment lees je toch een klassieker.
Ja, maar daar ben ik al ouder. Vierentwintig. Mijn stiefvader was net overleden. In Oorlog en vrede ben ik overigens nooit verder dan de eerste pagina’s gekomen. Meteen in het begin ging het al mis, bij het uit elkaar houden van de vele verschillende personages. Er waren twee boeken die me in ieder geval hebben gestimuleerd zelf te gaan schrijven: Het eerste was The Rose That Grew From Concrete, van Tupac Shakur. Een boek met gedichten. De inspiratie was het feit dat Tupac een boek had geschreven, en niet zozeer het boek zelf. Het tweede was Betting on the Muse van Charles Bukowski. Ik kreeg het van mijn moeder. Het boek resoneerde met mijn diepste wezen. Hier was een bonkige, verweerde, cynische, misantropische dronkenlap die schreef over gokken, drinken, neuken, katers en een algehele afkeer van de mens.

En zoals je schrijft: “Hij maakte je deelgenoot van dat schrijfproces, zette je op een stoel in dezelfde smerige hotelkamer. En alle andere schrijvers waren pretentieuze snobs. Dat was een enorme opluchting. Lev Tolstoj was hopeloos overschat, het was troep. Ik had Tolstoj nog nooit gelezen, maar ik was het direct en volmondig met Bukowski eens. Hij had het steeds over schrijven als noodzaak, als het bezweren van een monster.” Je schrijft ook dat het misschien wel onvermijdelijk was dat je schrijver zou worden.
Ik doel daar op mijn ouders. Beide artistiek. Mijn vader was acteur en schreef toneelstukken, mijn moeder regisseerde toneelstukken. Dat doet zij nog steeds trouwens. Beiden een hart voor kunst. Ik kon dat op dat moment niet bevroeden. Gedurende mijn hele jeugd en puberteit is het nooit in me opgekomen om schrijver te worden. Al waren mijn ouders bezig met theater, ik heb nooit het gevoel gehad dat ik uit een artistiek nest kom. Ik weet niet waarom dat gevoel ontbrak. Misschien omdat ik me nooit open voelde, of uitbundig, of vrij van gêne, of slim. Al die dingen die een artistiek, theatraal of intellectueel iemand kenmerken. Het was niet: ‘Och, als kind zat Henkie altijd al verhalen te schrijven.’ Boeken en literatuur hadden geen plek in mijn belevingswereld. Ik las niks. De boekenkast van mijn moeder was als de gevel van een statig museum.

“We come here to tell stories so that we can manage the past without being swallowed up by it.” Is deze quote van Nic Pazzolatto, voorin Wij zeggen hier geen halfbroer, ook van toepassing op jouw ouders?
Niet het maken van verhalen in de letterlijke zin van het woord. Mijn moeder maakt geen toneelstukken.

Maar ze interpreteert ze wel: ze legt iets van zichzelf in de verhalen. Daarmee maakt ze er iets nieuws van.
Ze is iemand die altijd bezig is met het vertellen van haar eigen verhaal, met het kijken naar haar eigen verleden. Hoe ze daar van kan leren. Hoe het alweer verandert op het moment dat je het denkt te weten. Ze is altijd verhalend in haar lange brieven. Ze onderzoekt graag de kantelpunten in het leven en hoe dan plotseling de zon weer door kan breken.

Op wie lijk je het meest?
De ambitie om te schrijven heb ik van mijn vader. Hij schreef toneelstukken. Het mijmeren en proberen de schoonheid te vinden in alles wat er is – dat is mijn moeder.

Die zoektocht is eindeloos. Het is nooit af.
En dat is het mooie ervan. Het verandert voortdurend. Wat ik schrijf over mijn jeugd, zie ik nu alweer anders. Juist door het boek en door de gesprekken erover, zijn mijn gedachten weer verschoven. Het zijn momentopnames. Gestolde werkelijkheid, ja.

Dat zou je ook kunnen verlammen. Want wanneer weet je of een boek af is?
Als ik het idee heb dat het verhaal werkt als boek. Dat het een geheel is en een lezer er iets mee kan. Dat mijn beeld van mijn jeugd inmiddels alweer verandert is, maakt voor het boek niets uit. Het is niet mijn bedoeling geweest om jou te informeren over hoe ik mijn jeugd zie. Je hoeft me helemaal niet te leren kennen. Ik ben geen exhibitionist. Je moet of mag dit boek lezen en hopelijk biedt het je een prettige leeservaring. Misschien ben je een beetje ontroerd geweest. Misschien heb je gelachen. Misschien heb je gedacht: ‘ja, zo kan het zijn.’ Zo kan een jeugd zijn. Dat is voor mij voldoende. Het zou wel erg ijdel zijn om te denken dat het interessant is om te lezen over mij, mijn scheiding en mijn drank- en drugsmisbruik.

Je begint er al vrij snel over in jouw boek Berichten uit het tussenhuisje, jouw columns in de de LINDA. Wat was je motivatie om vlak na je scheiding die column aan te bieden, met als titel Henk uit Huis?
Dat is inderdaad dubbel en schizofreen. Ik schrijf omdat ik iets moois wil maken van de onmogelijkheid van het leven. Ik probeer het leven bloot te leggen. Tegelijkertijd… als ik iets heb gemaakt waar ik trots op ben, dan wil ik daar waardering voor krijgen. Dan wil ik dat mensen het lezen. Ik heb veel geldingsdrang en een grote hunkering naar erkenning.

Op jouw columns kreeg je niet onverdeeld positieve reacties.
Dat kan zwaar zijn, maar ik kan er ook om lachen. Het hangt er vanaf wat voor kritiek het is en wie het is die deze­­ kritiek geeft. Als het iemand is die ik hoog heb zitten, weegt het zwaarder dan wanneer het iemand is waarvan ik voel dat die zijn eigen angsten op mijn woorden projecteert. Want dat is het vaak. Ze lezen over iets dat hen ook kan gebeuren. Dat boezemt angst in. De angst zelf verlaten te worden door hun man. Ze worden geconfronteerd met het feit dat je niet altijd, of eigenlijk nooit, werkelijk grip hebt op het leven. Ook jij, de lezer, kunt verlaten worden. Dat is niet slechts voorbehouden aan personages.

Maar jij, degene met de pen, hebt uiteindelijk wel de meeste macht. Enkele reacties heb je letterlijk verwerkt in Berichten uit het tussenhuisje.
Dat was ook om een soort metaperspectief te bieden. Dat je je kwetsbaar opstelt en dan in plaats van begrip, juist boze berichten krijgt en zo doende nog meer te verwerken. Binnen de kaders van het boek heb ik die macht. Je kunt het risico lopen dat ik jouw reactie gebruik. Een schrijver is een opportunist. Misbruik? Dat is een kwestie van interpretatie. Natuurlijk doe ik dat. Maar schrijvers van fictie doen dat ook, die zijn ook non stop de werkelijkheid aan het gebruiken. Wat ik heb geschreven is onbetwistbaar mijn leven, en dus waargebeurd. Ik heb gebruikgemaakt van mijn leven en in die zin ook van de mensen in mijn leven.

Zijn mensen waakzamer in jouw nabijheid?
Dat valt wel mee. Je krijgt misschien de indruk dat ik alles opschrijf, maar ik laat natuurlijk ook heel veel weg. Waar ligt de grens? Dat vraag ik mezelf ook vaak af. Ik wil niemand afvallen, ik wil niemand kwetsen of mensen dingen verwijten. Ik denk dat daar de grens ligt. Ik probeer te schrijven met compassie als kompas. Mijn ex heb ik ook niet willen kwetsen door zo openlijk over onze scheiding te schrijven. En gelukkig is dat in de praktijk ook wel mee gevallen. We gaan beter met elkaar om dan menig gescheiden stel. Ik wil niet beweren dat dat zo is dankzij het boek. Wel heeft het de band met mijn familie versterkt doordat er dingen bespreekbaar zijn gemaakt. Mijn moeder werd door het boek Wij zeggen hier niet halfbroer weliswaar geconfronteerd met de dingen die ze heeft gedaan. Haar depressie, het feit dat ze me verliet op mijn 15de, maar tegelijkertijd voelde ze zich gezien. Het werkte louterend, ondanks de pijn van de woorden op papier. Sommige dingen heeft ze nooit geweten, zoals die psychose na de speedoverdosis. Maar nog altijd wil ze het liever wel weten dan dat het onbesproken blijft. Wil niet iedere ouder dat? Mijn vader heeft er op zijn manier veel verdriet van gehad, dat hij pas achteraf las hoe slecht het me ging. Het ging over een tijd waar hij als het ware niet bij kon zijn, omdat mijn ouders gescheiden waren en ik bij mijn moeder woonde. Ik ben als gevolg daarvan extra oplettend naar mijn zonen toe; ik knuffel ze veel en zeg ze vaak dat ik van ze hou. Omdat ik mezelf niet geliefd voelde: ongewenst bij mijn stiefvader en mijn drie halfbroers. Ik wil ze een basisveiligheid geven. Zodat ik ook boos op ze kan worden, zonder dat ze denken dat ze daardoor mijn liefde verliezen. Dat ze weten dat het allebei naast elkaar kan bestaan. Iets wat ik niet wist op die leeftijd. Ik zal nooit weggaan. Ook al zijn het soms verschrikkelijke gastjes die elkaar niets, maar dan ook niets gunnen. Ze slopen me. Maar ik zal nooit weggaan.

Hoe zou je het vinden als jouw zonen een dergelijk boek over jou zouden schrijven?
Dat zou ik fantastisch vinden. Ik heb genoeg relativeringsvermogen. Tenzij het een soort afrekenboek is. Ik had ook een roman kunnen schrijven met mijn moeder als zwartgallig persoon, als iemand die ik van alles kwalijk neem. Er zijn fictieschrijvers die dergelijke zaken uit hun verleden zo uitvergroot opschrijven. Volgens mij zijn dat de families die nooit meer bij elkaar komen met kerst. Iedereen mag dat voor zichzelf bepalen, begrijp me niet verkeerd. Ik dacht echter: als ik dan toch over mijn familie schrijf, dan wil ik dat in niet bedekte vorm doen. Dan wil ik liever memoires schrijven. Een mooie, pure vorm.

Jouw kinderen weten dat je schrijft. Weten ze dat je ze portretteert, begrijpen ze dat?
Ze begrijpen het niet helemaal. Ze weten dat ze in mijn stukjes voorkomen. Ze vinden het cool wanneer ik op tv ben geweest. Of als ze met me op de foto mogen, voor een shoot bijvoorbeeld. De oudste is elf. Hij heeft het boek gekregen. Eigenlijk wil ik niet dat hij het leest, omdat hij de context niet kent. Hij weet niet dat het over het leven gaat en wat je daarmee doet. Wat het leven kan doen. Het is voor een elfjarige wel erg groot wat er in het boek staat. Maar ik wil het hem ook niet verbieden, dan gaat hij het misschien stiekem lezen. Ik denk dat ik het boek maar gewoon op zijn kamer laat liggen.

Vind je het belangrijk dat ze trots op je zijn?
Dat vind ik wel fijn. Ik kan namelijk verder helemaal niks. Dat is best confronterend. Ik kan niet klussen, niet voetballen, niet knutselen en niet zingen. Die band? Ik kwam daar net mee weg omdat het een punkband was. Ik ben een stuntelvader. Dáár kom ik steeds minder mee weg, omdat zij andere vaders om zich heen zien. Als ze zien dat ik in het schrijven wel wat kan bereiken, dan compenseert dat de rest. Maar eigenlijk ben ik veel meer bezig met hún welbevinden. Dat zij zich goed voelen. Eigenlijk is het is onmenselijk om kinderen te krijgen. De gedachte dat ze dood kunnen gaan, is ondraaglijk.

Wat gun je je zonen?
Dat ze iets vinden waar hun hart ligt. Ik zie nu al dat ze daar moeite mee hebben. Het is zo fijn als je weet wat je wilt, dat het omlijnd is. Overal een beetje in falen, niets afmaken – dat gun ik ze in ieder geval niet.

Wat had jou geholpen op het moment dat echt niet goed met jou ging?
Oh man. Het besef dat ik goed was zoals ik was; dat heeft niemand tegen me gezegd. Ik heb me nooit welkom gevoeld. Ik heb me altijd proberen te voegen naar anderen zodat ze me aardig zouden vinden. Of in ieder geval niet irritant. Het had wat problemen op latere momenten in mijn leven kunnen voorkomen.

Soms vraag ik me af hoe mijn zoons mij ervaren. Op dat soort huiselijke momenten. Hoe ik voor mijn jongste ruik als hij even naast me komt liggen nadat de wekker is gegaan. De slaaprimpels in mijn gezicht. De stilte aan het ontbijt, soms, als we alle drie nog met één been in een andere wereld staan. Het geluid, ’s avonds, nadat mijn oudste naar bed is gegaan, wanneer ik een flesje Duvel openmaak; hoe hij wakker ligt en dat hoort en wat hij dan denkt. De magische rituelen van volwassenen. De onbereikbaarheid, soms, wanneer ze zich zorgen maken over dingen waar kinderen nog geen weet van hebben. De irritatie in mijn stem als ze ’s avonds voor de zoveelste keer uit bed komen. Wat ze zien als ik naakt uit de douche kom. Hoe ze mijn woede interpreteren.”

Fragment uit Wij zeggen hier niet halfbroer

Je zei in een ander interview dat je ervan schrikt hoe lezers je zien. Mensen willen je categoriseren. In een hokje plaatsen. Hoe is dat voor iemand die zich meer dan gemiddeld bezighoudt met hoe hij zich verhoudt met anderen?
Dat is best vervelend omdat ik inderdaad al vrij zelfbewust ben. Ik vraag me regelmatig af wie ik ben, wat mensen van mij denken. Daar ga ik onder gebukt. Mensen die mijn boek Berichten uit het tussenhuisje bijvoorbeeld niet hebben gelezen, maar mij wel op televisie een keer hebben gezien, denken algauw: ‘ah daar heb die rock-’n-roll gast met zijn tatoeages, drank en drugs’. Dat vind ik echt heel erg. Dan zou ik het liefst bij zo iemand aan willen bellen om een dergelijk gesprek te voeren zoals wij nu hebben. Tegelijkertijd kan ik het mensen niet kwalijk nemen dat ze menen mij te kennen. Ik ben immers de hoofdpersoon in mijn eigen verhaal. En dat ik daarbij ook hele persoonlijke vragen krijg, dat kan ik niemand verwijten.

Wat zou je dan zeggen?
Dan zou ik willen uitleggen dat het niet zo is. Dat ik die persoon niet ben. Dat die passages die ik heb voorgedragen op tv een eendimensionaal beeld van mij weergeven. Ik wil dat die persoon denkt “Oh wacht, zo is hij helemaal niet. Hij is een fantastische schrijver!’ Dan voel ik me werkelijk goed, gezien en erkend.

“De irritatie om die verkeerd gespelde naam weegt zwaarder dan de blijdschap om de goede recensie! En weet, u, die recensie, die vertelt eigenlijk gewoon de waarheid. Een goed boek een goed boek noemen, dat is zoiets als een banaan een banaan noemen. Moet ik daar zo blij om zijn? Nee, weet u, de recensie die ik wil krijgen, waar ík blij van word, waar ik naar snak, die kan een mens me niet geven. Die recensie moet van God komen. De hemel moet openen, God moet zich aan me vertonen en hij moet zeggen: Henk! Jij hebt een perfect – ik bedoel PERFECT – boek geschreven. Pas dán zal ik zeggen: heerlijk, deze recensie.”

Fragment uit Berichten uit het tussenhuisje

Je antwoord doet me denken aan bovenstaand fragment.
Haha! Ja, bij de Chinese acupuncturist. Ik wist natuurlijk dat hij me niet verstond. Hij was op dat moment mijn psycholoog zonder dat hij het zelf wist. Bespottelijke woorden, dat weet ik zelf ook wel. Gelukkig staat er ook nog een beetje humor in mijn boeken. Maar het moment dat een boek verschijnt is zo mogelijk wel het allerergste moment dat er bestaat. Alles kan gebeuren. Enkele matige recensies. Geen recensies. Of de andere kant van het spectrum: Er komt een vrouw bij de dokter. Het diner. Dat werk. Zenuwslopend. Ook omdat ik niet weet wanneer ik eigenlijk tevreden ben. Dat verschuift ook. Net als bij deze prijs. Ik ben een pessimist. Eerst ben ik blij, dan ga ik denken ‘het is ook maar een beetje een tussenin-prijs’. Ik kan niet tevreden zijn met het feit dat het boek er is. Iets waar al heel veel mensen al geweldig blij mee zouden zijn. Het gevoel dat er een complot is om mij buiten de literatuur te houden, zal nooit helemaal verdwijnen.

Wat is literatuur?
Lastig. Ik dacht altijd dat mensen die literatuur schrijven, mensen met colbertjes zijn. Mensen die literatuur hebben gelezen die ik niet ken. Die De Russen kennen. Alle klassiekers. Dan kijk ik door hun ogen naar mij en zie een jongen uit Eindhoven. Vol met tatoeages. Drie onafgemaakte studies. Ik ben een soort Don Quichot die strijd tegen wat niemand anders ziet, behalve ik. Zij zijn helemaal niet met mij bezig. Het boeit ze niet of ik er wel of niet bij hoor.

Tegelijkertijd ben jij daar zelf wel mee bezig. Jij wilt juist wel weten wie er wel of niet bij hoort.
Ja. Ikzelf juist wel. Dat is weer het rare. Het is allemaal onzekerheid. Ik wil dat iedereen die er iets toe doet in de literaire wereld zegt: ‘Je schrijft fantastische boeken.’ Maar dat zal nooit gebeuren. Dat weet ik wel. Het is irrationeel. Uiteindelijk ben ik gewoon bang dat ik door de mand val: ‘Ach, dat boertje probeert ook wat.’ Had het uitgemaakt wanneer ik in Amsterdam zou zijn opgegroeid? Ik denk het wel. Al blijft dat een theorie. Maar het gaat beter hoor, ik zal echt niet meer verkondigen dat ik denk dat ik word genegeerd of dat mensen me niet serieus nemen. Er zijn legio schrijvers met colbertjes die minder verkopen dan ik. En toch… de argwaan zal blijven. Waarom heeft die en die mij niet gerecenseerd. Hij zal me wel niet mogen. Ik kan het niet uitstaan wanneer een ander zou denken ‘wat een sukkel.’ Altijd weer iets invullen voor die ander.

Jouw tatoeages. Het zijn er veel, heeft een in het bijzonder een speciale betekenis?
Het is gewoon maar inkt. Als ik iets wil vertellen, dan doe ik dat in een boek. Het symbool of de tekening die ik liet zetten was eigenlijk een excuus om zo snel mogelijk vol te raken. Een in het bijzonder vind ik deze wel heel goed gelukt (trekt zijn shirt omhoog, een vogelbekdier siert zijn rechterflank). Ik ben wel dol op deze. Niet vanwege een diepe betekenis, maar ik vind het gewoon een super leuk dier. Je kunt hem niet plaatsen. Hij heeft een snavel, maar het lijf van een mol. Giftige klauwen. Een eclectisch dier waar ik me in zekere zin wel mee verwant voel ja. Zo’n gek dier dat er maar gewoon is. Wij kunnen daar allemaal vraagtekens bij zetten, maar hij trekt zich daar niks van aan. Hij zoekt naar voedsel. Hij is er gewoon.

“Echte stilte bestaat niet. Echte rust evenmin. Dat alles een beetje klotst, op meer kun je niet hopen.” Dat las ik vandaag nog in een Twitterbericht van je.
Voor mij niet. En in de fysica bestaat het ook niet. Alles is altijd in beweging. Plus. Min. Eentjes. Nulletjes. Er is altijd een tegenbeweging. Op een letterlijk niveau kan het niet bestaan en in mij al helemaal niet. Ik weet niet hoe het is om volkomen ontspannen te zijn.

Wanneer ben je het meest ontspannen?
Wanneer ik op ga in het schrijven. Al sluimert er altijd een zekere vorm van spanning. Een zekere drang. Als ik in bad lees kan ik een beetje tot rust komen. Maar toch is er altijd elektriciteit. Er is altijd spanning. Pas als ik slaap, is er stilte. Ik slaap heel goed. Gek eigenlijk. ’s Avonds ben ik bekaf. Als ik geen afspraken heb, ga ik tussen tien en elf naar bed. Dan wil ik ‘uit’. Wat ook weer een beetje eng is. Het is toch ook een beetje doodgaan.

Heb je haast met schrijven?
Ja. Ik ben een ongeduldige schrijver. En daarmee heb ik mij tijdens mijn eerste boeken mee in de vingers gesneden. Als de uitgeverij zei “Zullen we het in vooraanbieding zetten?” was mijn antwoord altijd ja. Ik deed nooit rustig aan. Maar je moet een boek rust gunnen. Net als mezelf. Beiden gaan nu iets beter. Maar ik wil steeds beter worden, nóg scherpere zinnen, nog preciezer. ‘Zingerder’. Het moet zingen. Thomése is een voorbeeld voor mij. Zoals hij schrijft en de lezer uitdaagt. En zichzelf ook. En dan weer die tegenstrijdigheid: Hoe ouder ik word, hoe meer ik er achter kom dat ik helemaal niets weet. Toen ik trouwde op mijn 25ste dacht ik dat dat voor altijd zou zijn. Ik weet niet of anderen wel gemaakt zijn om een heel leven met elkaar door te brengen. Het is voor iedereen anders. Whatever works for you. Als je maar naar jezelf luistert. Wat vind jíj fijn. Werkelijk fijn. Dus niet wat je denkt dat jouw omgeving wil dat jij fijn vindt. Dat kan ik moeilijk van elkaar scheiden. Ik kan mijn voorstelling van iets lastig scheiden van hoe ik mij daar nu werkelijk bij voel. Iedereen gaat naar festivals. Iedereen vindt dat leuk. Ik vind dat helemaal niet leuk. Of dan sta ik bij een concert waarvan ik dacht dat ik daar ontzettend graag bij wilde zijn. Sta ik daar aan de bar. Je kunt net niks zien en met niemand een woord wisselen want je verstaat elkaar niet. Als ik dan goed naar mezelf luister, zegt alles in mij dat ik naar huis wil. Maar ik wil ook geen saaie lul zijn. Je creëert een beeld van jezelf dat je helemaal niet bent. Vermoeiend. Daten, ja, ook… maakte me verschrikkelijk onrustig. Hele dagen was ik daar mee bezig. Soms was ik opgelucht als de ander het afzei. Ik ben veel meer gebaad bij rust, overzicht, kaders. Dan is het hier in mijn gedachten nog enigszins manageable. Weet je wat ik fijn vind? In mijn eentje naar de film. In het donker. Grote mok koffie. Heerlijk.

Bevrijdend toch? Als je daar naar leeft, dat gewoon toegeeft?
Ja. Maar het kost veel tijd om het in te zien. En dan nog bega je diezelfde fout keer op keer weer. Dat even jezelf uit het oog verliezen. Je jezelf weer uit elkaar halen en weer even op moeten bouwen. Dat je even vergeet dat je het liefst in bad ligt, met een boek. En een vriendin op de bank onder een dekentje. Ook een boek. En een beetje whisky. Een beetje kwetsbaar. Net zoals deze boeken.

Over de Beste Boek voor Jongeren-prijs
Highlight Boekenweek Voor Jongeren Juist

Van 21 t/m 30 september 2018 vond voor de 4e keer de Boekenweek voor Jongeren plaats. Deze campagne heette voorheen Literatour. De Boekenweek voor Jongeren is de leesbevorderingscampagne voor scholieren tussen de 15 en 18 jaar. Dat zijn maar liefst 834.000 jongeren. Aan de vooravond van de Boekenweek voor Jongeren wordt de prijs het Beste Boek voor Jongeren 2018 uitgereikt. De tien meest aansprekende boeken van het afgelopen jaar maken kans op de titel Beste Boek voor Jongeren (voorheen: Dioraphte Literatour Prijs). De tien nominaties zijn door een volwassen vakjury speciaal aanbevolen voor jongeren van 15 t/m 18 jaar. Een jongerenjury kiest welk boek gekroond wordt tot Beste Boek voor Jongeren 2018. De twee winnaars, Henk van straten en Angie Thomas, ontvingen ieder een geldbedrag van € 15.000,-.

Wil je altijd op de hoogte zijn van de boeken binnen jouw favoriete genre? Stel je voorkeur in en ontvang updates.